kneuzen

als woordenboektrefwoord:

kneuzen:
(gekneusd), door drukking of schuring kwetsen.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

kneuzen (ww):
benadelen, krenken, kwetsen

als synoniem van een ander trefwoord:

kwetsen (ww) :
affronteren, beledigen, beschadigen, ergeren, grieven, kneuzen, krenken, pijn doen, schenden, verdriet doen, voor het hoofd stoten
knellen (ww) :
drukken, klemmen, kneuzen, knijpen, nijpen, persen, spannen, wringen

woordverbanden van ‘kneuzen’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
bezeren, kneuzen, kwetsen, wonden

Bezeeren — kneuzen — kwetsen — wonden. Een lichaamsdeel beschadigen. Bezeeren is de zwakste uitdrukking; het geeft veelal niets anders te kennen dan het veroorzaken van pijn. Kwetsen en wonden onderstellen noodzakelijk eene beschadiging. Bij bezeeren en kwetsen denkt men aan eene beschadiging, die het leven niet in gevaar brengt; wonden kan eene levensgevaarlijke kwetsuur aanduiden, het veronderstelt eene beschadiging, waarbij een gedeelte van het vleesch bloot komt. Kneuzen is eene kwetsuur toebrengen, waarbij de spieren of het vleesch door stooten of slaan beschadigd zijn, zonder dat er eene opene wonde ontstaan is.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
bezeren, kneuzen, kwetsen, wonden

BEZEEREN, KNEUZEN, KWETSEN, WONDEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 357.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
kneus

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0015 c