kneuzing

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

kneuzing (zn):
blauwe plek, bluts, buil
kneuzing (zn):
kwetsing, pletting

als synoniem van een ander trefwoord:

buil (zn) :
bobbel, bult, kneuzing, knobbel, zwelling
bluts (zn) :
buil, buts, deuk, kneuzing
kneus (zn) :
kneuzing

woordverbanden van ‘kneuzing’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

bluts:
deuk, braam, schaard, buil, kneuzing

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
gat, kloof, spleet, steek, houw, hak, schoot, scheur, berst, reet, breuk, kneuzing, buil, striem, kwetsuur, wonde, zeer, zweer, gezwel

GAT, KLOOF, SPLEET, STEEK, HOUW, HAK, SCHOOT, SCHEUR, BERST, REET, BREUK, KNEUZING, BUIL, STRIEM, KWETSUUR, WONDE, ZEER, ZWEER, GEZWEL

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 116.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.002 c