zweer

als woordenboektrefwoord:

zweer:
v. (zweren), gezwel.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

zweer (zn):
abces, ettergezwel, gezwel, ontsteking, puist

als synoniem van een ander trefwoord:

puist (zn) :
gezwel, karbonkel, pustel, zweer
pok (zn) :
bult, puist, zweer

woordverbanden van ‘zweer’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

zweer, puist

Eene verheffing van de huid tengevolge van ont binding van het weefsel. Bij eene zweer heeft er aanmerkelijke ettervorming plaats, die zich vervolgens uitstort; bij eene puist is dit in mindere mate het geval en heeft er dikwijls geen uitstorting van etter plaats.

in Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 116:

zie ook:

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0023 c