maal

als woordenboektrefwoord:

maal:
v. (malen), keer.
maal:
v. (malen), kofferzak, brievenzak.
maal:
o. (malen), maaltijd.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

maal (zn):
diner, etentje, lunch, maaltijd, ontbijt
maal (zn):
maalkruis, maalteken
maal (zn):
maaltje, portie
maal (zn):
brievenzak
maal (zn):
keer, werf

als synoniem van een ander trefwoord:

eten (zn) :
diner, dis, maal, maaltijd, maaltje
gerecht (zn) :
gang, maal, schotel, spijs
buffet (zn) :
diner, maal, maaltijd
keer (zn) :
gelegenheid, maal

woordverbanden van ‘maal’ grafisch weergegeven

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
feest, maal, gastmaal, maaltijd, feestmaal

FEEST, MAAL, GASTMAAL, MAALTIJD, FEESTMAAL

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 165.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
een enkele maal

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0028 c