machtspreuk

als woordenboektrefwoord:

machtspreuk:
v. (-en), korte zinspreuk ; dooddoener.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen: niet gevonden.

als synoniem van een ander trefwoord: niet gevonden.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
onvermogen, onmacht, machteloos, macht, machtig, machtigen, volmachtigen, machtbetoon, machtspreuk

ONVERMOGEN, ONMAGT, MAGTELOOS, MAGT, MAGTIG, MAGTIGEN, VOLMAGTIGEN, MAGTBETOON, MAGTSPREUK

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 32.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0014 c