machteloos

als woordenboektrefwoord:

machteloos:
bn. (...lozer, -t), zonder macht.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

machteloos (bn) :
lam, zwak, krachteloos, uitgeput, onmachtig
machteloos (bn) :
hulpeloos

als synoniem van een ander trefwoord:

slap (bn) :
plat, moe, zacht, lullig, slapjes, beroerd, lam, week, lens, vermoeid, lusteloos, mat, verslapt, flauw, sloom, machteloos, mild, zwak, krachteloos, lauw, laks, futloos, halfslachtig, lamlendig, nalatig, gammel, loom, paf, bloedeloos, gezapig, dweperig, murw, fleps, jansalieachtig, wekelijk
zwak (bn) :
kwetsbaar, gevoelig, versleten, wrak, week, wankel, mat, hulpbehoevend, gebroken, machteloos, krachteloos, teer, slap, gebrekkig, lamlendig, gammel, broos, afgeleefd
krachteloos (bn) :
lens, machteloos, zwak, teer, slap, futloos, levenloos, nietig, bloedarm, verwekelijkt, adynamisch
zwak (bn) :
matig, week, mat, flauw, ziekelijk, machteloos, krachteloos, teer, slap, lamlendig, broos, fleps

woordverbanden van ‘machteloos’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in Nederduitsche synonymen (1836), band 2, blz. 32:

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

machteloos
invloedrijk, machtig

woorden met een verwante vorm:

zelfstandig naamwoord

bij andere sites:

synoniemen-sites:
algemene woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0035 c