halfslachtig

als woordenboektrefwoord:

halfslachtig:
bn. niet flink, weifelend.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

halfslachtig (bn):
besluiteloos, flauw, halfbakken, onaf, ondoelmatig, slap
halfslachtig (bn):
aarzelend, besluiteloos, weifelend

als synoniem van een ander trefwoord:

slap (bn) :
beroerd, bloedeloos, dweperig, flauw, fleps, futloos, gammel, gezapig, halfslachtig, jansalieachtig, krachteloos, laks, lam, lamlendig, lauw, lens, loom, lullig, lusteloos, machteloos, mat, mild, moe, murw, nalatig, paf, plat, slapjes, sloom, vermoeid, verslapt, week, wekelijk, zacht, zwak
flauw (bn) :
afgezaagd, geesteloos, halfslachtig, laf, melig, smakeloos, vervelend, zouteloos, zoutloos
aarzelend (bn) :
halfslachtig, onvast, weifelachtig
halfbakken (bn) :
gebrekkig, halfslachtig, stumperig
karakterloos (bn) :
halfslachtig, slap, willoos

woordverbanden van ‘halfslachtig’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
ANW - WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - Wikipedia - Google

debug info: 0.0028 c