nar

als woordenboektrefwoord:

nar:
m. (-ren), dwaas.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen: niet gevonden.

als synoniem van een ander trefwoord:

zot (zn) :
cretin, debiel, domkop, domoor, dwaas, dwaze, ei, ezel, gek, halve gare, idioot, imbeciel, krankzinnige, kwibus, mafketel, nar, oen, pias, stomkop, stommerik, sukkel, uilskuiken, zwakzinnige
dwaas (zn) :
cretin, debiel, domkop, domoor, dwaze, ei, ezel, gek, gekskap, idioot, imbeciel, mafkees, nar, oen, onnozelaar, stomkop, stommerik, sukkel, uilskuiken, zonderling, zot, zwakzinnige
paljas (zn) :
clown, grappenmaker, hansworst, nar, pias, potsenmaker
gekskap (zn) :
dwaas, nar, zot

woordverbanden van ‘nar’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

dwaas, gek, nar, zot

Voor de beteekenis van dwaas, gek en zot als subst. zie men het vorig artikel. Nar komt niet als adjectief voor: gebruikt men het voor een dwaas, dan wil men te kennen geven dat bovendien eene zekere mate van eigenzinnigheid, soms ook van knorrigheid of gemelijkheid aan den dwaas eigen is. In engeren zin wordt het gebruikt voor de gekken of zotten aan de hoven van voorname heeren in vroegeren tijd, die van de dwaasheid een beroep maakten: de hofnarren. Bij rederijkerskamers sprak men van narren, gekken of zotten.

in Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 468:

nar, gek, zot, dwaas

woorden met een verwante vorm:

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0019 c