grappenmaker

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

grappenmaker (zn) :
komiek, lolbroek, grapjas, malloot, schalk, guit, zwanzer, komiekeling, grapjurk, geinponem, snaak
grappenmaker (zn) :
clown, paljas, potsenmaker

als synoniem van een ander trefwoord:

guit (zn) :
grappenmaker, deugniet, bengel, ondeugd, rakker, schalk, olijkerd, kapoen, uilenspiegel, schelmpje, kwapoets, snaak, pagadder
snaak (zn) :
grappenmaker, grapjas, ondeugd, schalk, schelm, guit, kwapoets, komiekeling, kwant, potsenmaker
grapjas (zn) :
grappenmaker, lolbroek, schalk, olijkerd, guit, zwanzer, komiekeling, grapjurk, snaak
clown (zn) :
grappenmaker, harlekijn, hansworst, pias, potsenmaker
paljas (zn) :
grappenmaker, clown, nar, hansworst, pias, potsenmaker
schalk (zn) :
grappenmaker, alias, schelm, guit, snaak, kwant
komiek (zn) :
grappenmaker, clown, humorist, cabaretier
leukerd (zn) :
grappenmaker, lolbroek, grapjas

woordverbanden van ‘grappenmaker’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, blz. 233:

bij andere sites:

synoniemen-sites:
algemene woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0023 c