komiek

als woordenboektrefwoord:

komiek, komisch:
bn. bw. (-er, -st), boertig, grappig.
komiek:
m. (-en), die komieke rollen vervult of komieke voordrachten houdt; clown.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

komiek (bn) :
lollig, geestig, lachwekkend, grappig, komisch, potsierlijk, koddig, burlesk, kluchtig
komiek (bn) :
snaaks
komiek (zn) :
grappenmaker, clown, humorist, cabaretier

als synoniem van een ander trefwoord:

grappig (bn) :
leuk, lollig, geestig, kostelijk, vreemd, komiek, lachwekkend, aardig, geinig, humoristisch, vermakelijk, komisch, jolig, plezant, koddig, schalks, uiig, schertsend, grollig, kluchtig, moppig, snaaks, luimig, snakerig
zonderling (bn) :
ongewoon, bijzonder, dwaas, bizar, wonderlijk, afwijkend, raar, vreemd, komiek, origineel, apart, eigenaardig, gek, excentriek, curieus, buitenissig, zonderbaar, vreemdsoortig
kluchtig (bn) :
dwaas, lachwekkend, komiek, dol, grappig, komisch, potsierlijk, koddig, kolderiek, burlesk, dolkomisch, boertig
humoristisch (bn) :
leuk, geestig, lachwekkend, komiek, vermakelijk, grappig, komisch, koddig, uiig, kluchtig, luimig
snaaks (bn) :
vrolijk, komiek, vermakelijk, ondeugend, grappig, komisch, koddig, schalks, kluchtig, schelms
komisch (bn) :
leuk, lollig, geestig, komiek, humoristisch, grappig, kolderiek, kluchtig
potsierlijk (bn) :
dwaas, lachwekkend, komiek, bespottelijk, belachelijk, kluchtig
koddig (bn) :
komiek, grappig, komisch, clownesk, kluchtig, moppig, boertig
grappenmaker (zn) :
komiek, lolbroek, grapjas, malloot, schalk, guit, zwanzer, komiekeling, grapjurk, geinponem, snaak

woordverbanden van ‘komiek’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

bij andere sites:

synoniemen-sites:
algemene woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0027 c