oponthoud

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

oponthoud (zn):
opschorting, stremming, temporisatie, uitstel, verlet, vertraging, verwijl
oponthoud (zn):
verblijf, séjour

als synoniem van een ander trefwoord:

respijt (zn) :
adempauze, onderbreking, oponthoud, opschorting, rust, schorsing, verlet, verwijl
vertraging (zn) :
oponthoud, verlating

woordverbanden van ‘oponthoud’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

oponthoud:
verwijl, verblijf
verblijf:
vertoef, verwijl, oponthoud
verwijl:
oponthoud, verblijf, vertoef

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
oponthoud, verblijf

Oponthoud — verblijf. Verblijf beteekent zoowel de daad van verblijven, als de plaats van verblijf (zie Woning.) Gedurende mijn verblijf ten uwent. Dat is een onaangenaam verblijf. Oponthoud wordt gezegd van een kortstondig vertoeven op eene plaats, waar men niet woont, of waar men zijns ondanks blijven moet. Tijdens ons oponthoud te Parijs. Het hooge water veroorzaakte mij daar een lang oponthoud.

in hedendaagse spelling:
uitstel, verwijl, vertoef, oponthoud

Uitstel — verwijl — vertoef — oponthoud. De vertraging in het doen van iets wordt uitstel genoemd, wanneer zij geschiedt met het doel om hetzelfde later te doen. Verwijl is het dralen en daardoor tijd verliezen; bij vertoef, dat oorspr. alleen van eene reis gezegd werd, blijft de persoon, met zijn wil op eene plaats, m. a. w. is het uitstel een gevolg van zijn eigen wil, het duidt meer het actief begrip aan, terwijl oponthoud ook door toedoen van anderen kan veroorzaakt zijn.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922)*:

in hedendaagse spelling:
oponthoud, vertraging

190. Oponthoud — vertraging.

Wat een werking in haar voortgang hindert.

Oponthoud is een hindernis, die de werking tijdelijk doet ophouden, stil doet staan; vertraging is alles, wat de werking trager, langzamer doet gaan.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
verblijven, blijven, verblijf, oponthoud

VERBLIJVEN, BLIJVEN, VERBLIJF, OPONTHOUD

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 224.

in hedendaagse spelling:
verwijl, uitstel, oponthoud

VERWIJL, UITSTEL, OPONTHOUD

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 255.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - Wikipedia - Google

debug info: 0.0023 c