praat

als woordenboektrefwoord:

praat:
m. het praten ; gebabbel.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

praat (zn):
gepraat, onzin, praatje, prietpraat, taal
praat (zn):
aanmatiging, ophef, praats
praat (zn):
gepraat, klap, klets
praat (zn):
gesprek, praten

als synoniem van een ander trefwoord:

onzin (zn) :
dwaasheid, gekkenwerk, gelul, idioterie, kletskoek, kletspraat, larie, lulkoek, nonsens, praat, quatsch, waanzin, zottekap, zotternij
praatje (zn) :
geroddel, gerucht, praat, roddel, smoes, uitvlucht, verhaaltje, vertelsel, verzinsel
taal (zn) :
praat, spraak, spraakvermogen, stem, taaluiting, tong, woordgebruik
praatje (zn) :
geklets, gerucht, praat
klets (zn) :
klap, praat

woordverbanden van ‘praat’ grafisch weergegeven

zie ook:
aan de praat krijgen

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0013 c