ruisen

als woordenboektrefwoord:

ruisen:
(geruist), een zacht geluid maken.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen: niet gevonden.

als synoniem van een ander trefwoord:

gonzen (ww) :
brommen, roezemoezen, ronken, ruisen, snorren, suizen, zoemen
murmelen (ww) :
borrelen, ritselen, ruisen
ritselen (ww) :
bruisen, murmelen, ruisen
zingen (ww) :
ruisen, suizen
lispelen (ww) :
ruisen

woordverbanden van ‘ruisen’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

bruisen, ruisen, suizen

Ruischen noemt men het zachte, liefelijke geluid, dat door heen en weer bewogen boombladeren en twijgen of door het water van een beekje of een kalm vlietenden stroom wordt voortgebracht: het ruischen van de bladeren, een ruischend beekje; bruisen het sterke, indrukwekkende geluid van een krachtigen bergstroom of van een in sterke beweging zijnde watermassa: de bruisende golven, een bruisende waterval; suizen wordt gezegd van het geluid door een niet sterke beweging van den wind door de bladeren, of van het zacht zingende geluid, b.v. van water dat aan de kook komt: het suizen van den avondwind; het water kookt bijna, het begint al te suizen.

in Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 418:

bruisen, ruisen

in Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 299:

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0025 c