murmelen

als woordenboektrefwoord:

murmelen:
(gemurmeld), zacht ruisen.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

murmelen (ww):
frazelen, mompelen, mopperen, morren
murmelen (ww):
borrelen, ritselen, ruisen

als synoniem van een ander trefwoord:

mopperen (ww) :
brommen, foeteren, kankeren, klagen, kniezen, knorren, moffelen, mokken, morren, murmelen, pruttelen, reclameren, sakkeren, sputteren
borrelen (ww) :
broebelen, mousseren, murmelen, pruttelen
mompelen (ww) :
mommelen, mummelen, murmelen, prevelen
ritselen (ww) :
bruisen, murmelen, ruisen
frazelen (ww) :
murmelen

woordverbanden van ‘murmelen’ grafisch weergegeven

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
stromen, vloeien, rollen, tuimelen, golven, schuimen, druisen, ruisen, murmelen, klotsen, zwalpen, gulpen, spoelen, vlieten, kabbelen

STROOMEN, VLOEIJEN, ROLLEN, TUIMELEN, GOLVEN, SCHUIMEN, DRUISEN, RUISCHEN, MURMELEN, KLOTSEN, ZWALPEN, GULPEN, SPOELEN, VLIETEN, KABBELEN

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 299.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0015 c