schop

als woordenboektrefwoord:

schop:
m. (-pen), stoot (met de voet).
schop:
v. (-pen), spade.
schop:
v. (-pen), schommel.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

schop (zn):
hengst, kick, lel, schot, stamp, stoot, trap
schop (zn):
schep, spade
schop (zn):
schommel

als synoniem van een ander trefwoord:

stoot (zn) :
beuk, bons, bots, botsing, coup, dof, dreun, duw, hort, knots, nop, opstopper, percussie, por, ruk, schok, schop, slag, stamp, steek, stomp, worp, zet
trap (zn) :
hengst, kick, schop, schot, stamp, stoot
lel (zn) :
klap, mep, oplawaai, schop
schep (zn) :
lepel, schepje, schop

woordverbanden van ‘schop’ grafisch weergegeven

zie ook:
de schop geven

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
ANW - WNT (i) (ii) (iii) (iv) (v) - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - Wikipedia - Google

debug info: 0.0026 c