hurry (zn):
The act of moving hurriedly and in a careless manner
gehaast, gejakker, haast, spoed
hurry (zn):
Overly eager speed (and possible carelessness)
haast, spoed
hurry (ww):
Act or move at high speed
verhaasten, bespoedigen, haasten, jachten, jagen, opschieten, vlotten, voortjagen, voortmaken
hurry (ww):
Move very fast
zich haasten, opschieten, haasten
Via: Ensyns.nl
hurry (ww):
zich haasten(no) rappe seg.
(sv) göra något snabbt.
(pl) —., haasten(sv) göra något snabbt.
(pl) —., opschieten(fr) Se hâter .
(no) rappe seg., lopen(lt) lt., rennen(lt) lt.
hurry (zn):
haast(de) Verhalten oder Situation, etwas dringend erledigen zu müssen.
(de) Ausführung von Tätigkeiten in großer Geschwindigkeit unter innerer Anspannung.
cached Via: Dbnary en WikiWoordenboeken
Via: Memodata.com