vlotten

als woordenboektrefwoord:

vlotten:
(gevlot), drijven ; gemakkelijk gaan.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

vlotten (ww):
goed lopen, opschieten, vorderen
vlotten (ww):
flotteren
vlotten (ww):
marcheren
vlotten (ww):
boteren

als synoniem van een ander trefwoord:

vorderen (ww) :
opschieten, vlotten, voortgaan, voortgang maken, voortschrijden, vooruitgaan, vooruitkomen
klikken (ww) :
boteren, harmoniƫren, vlotten
zweven (ww) :
drijven, vlotten, zeilen
boteren (ww) :
gelukken, vlotten
flotteren (ww) :
dobberen, vlotten
bollen (ww) :
rollen, vlotten
marcheren (ww) :
vlotten

woordverbanden van ‘vlotten’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
slagen, aankomen, gelukken, bekroond worden, wel uitvallen, wel uitkomen, wel gaan, vlotten, loslopen

SLAGEN, AANKOMEN, GELUKKEN, BEKROOND WORDEN, WEL UITVALLEN, WEL UITKOMEN, WEL GAAN, VLOTTEN, LOS LOOPEN

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 281.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

vlotten
stagneren
zie ook:
vlot, vlotten

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0027 c