deksel

als woordenboektrefwoord:

deksel:
o. (-s), wat tot dekking dient.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen: niet gevonden.

als synoniem van een ander trefwoord:

klep (zn) :
deksel, flap, klap, klepper
lid (zn) :
deksel, dop
scheel (zn) :
deksel

woordverbanden van ‘deksel’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
bedekking, dek, dekking, deksel, dekmantel

Bedekking — dek — dekking — deksel — dekmantel. Bedekking, of dekking, is zoowel de daad van dekken, als datgene, waarmee men dekt; maar in beide gevallen verstaat men door bedekking eene volledige beschutting, die geen gedeelte ongedekt laat van hetgeen het moet bedekken. Dek daarentegen wordt ook van eene gedeeltelijke beschutting gebezigd. Een paardedek bedekt slechts een gedeelte van den rug van het paard. Verder is het elk kleed, waarmede men zich dekt tegen de koude. Deksel is in sommige uitdrukkingen synoniem met dek (hoofddeksel), soms ook heeft het den ruimeren zin van dekking. In sommige streken spreekt men van de commissie voor voeding en dekking, in andere van die voor voedsel en deksel. Meestal duidt deksel echter een werktuig aan, dat dient om de openingin een voorwerp te dekken of te sluiten. Het lid of de deksel van een trekpot. Dekmantel wordt in eigenlijken zin zelden meer voor dek of mantel om zich te dekken gebruikt; meer in figuurlijken zin voor middel om te verbergen: de dekmantel der liefde.

in hedendaagse spelling:
deksel, klep, lid, stop

Deksel — klep — lid — stop. Hetgeen dient om de opening van een voorwerp dicht te maken. Een deksel kan in den regel van een voorwerp worden afgericht; eene klep, een lid is er door een scharnier of op eene andere wijze aan bevestigd; eene stop wordt in de opening gestoken. Het deksel van eene pan, een vat, eene doos. Het lid van eene kan. Die het onderste uit de kan wil hebben, krijgt het lid op den neus. De klep van een bierglas, van een zak. De stop van eene flesch, eene karaf. Lid raakt echter in onbruik.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
dek, bedekking, deken, dekking, dekkleed, deksel

DEK, BEDEKKING, DEKEN, DEKKING, DEKKLEED, DEKSEL

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 33.

in hedendaagse spelling:
klap, klep, deksel, lid, stop

KLAP, KLEP, DEKSEL, LID, STOP

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 309.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0015 c