interest

als woordenboektrefwoord:

interest:
m. (-en), belang; rente.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

interest (zn):
intrest, rente

als synoniem van een ander trefwoord:

bedrag (zn) :
hoofdsom, hypotheek, interest, lening, lump sum

woordverbanden van ‘interest’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
interest, rente

Interest — rente. Rente is de werkelijke opbrengst van een uitgezet kapitaal; interest de overwinst, die men bij de gewone rente krijgt. Behoeft men niet te vreezen voor verlies van kapitaal, dan is men tevreden met de rente, bestaat die vrees wel, dan eischt men iets meer voor de risico; hetgeen men zoo meer krijgt met de rente te zamen is dan interest. Deze wetenschappelijke onderscheiding wordt intusschen in het dagelijksch leven niet in acht genomen; men gebruikt rente en interest door elkaar. In rechten spreekt men van rente bij een fonds perdu, b.v. lijfrente, waarbij men aanspraak heeft op eene voortdurende uitkeering, maar niet op de hoofdsom of het kapitaal. Bij de interest behoudt men het recht op de hoofdsom.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
rente, interest

RENTE, INTEREST

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 132.

in hedendaagse spelling:
rente, interest, woeker, cijns, opbrengst, opkomst, inkomst, inkomen

RENTE, INTEREST, WOEKER, CIJNS, OPBRENGST, OPKOMST, INKOMST, INKOMEN

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 384.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0033 c