bedrag

als woordenboektrefwoord:

bedrag:
o. (-en), som.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

bedrag (zn):
actief, activa, barema, douceurtje, eregeld, facit, geldsom, passief, premie, prijs, rente, schuld, som, somma, summa, tarief, tegemoetkoming, vergoeding
bedrag (zn):
hoofdsom, hypotheek, interest, lening, lump sum

als synoniem van een ander trefwoord:

som (zn) :
bedrag, einduitkomst, facit, optelling, summa, totaal
actief (zn) :
activum, activa, baat, baten, bedrag, inkomsten
post (zn) :
bedrag, boeking, uitgave
facit (zn) :
bedrag, som, uitkomst
som (zn) :
bedrag, somma

woordverbanden van ‘bedrag’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
bedrag, beloop

Bedrag — beloop. De hoegrootheid van eene som. Bedrag is de juiste som; beloop haar vermoedelijk bedrag.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
bedrag, beloop

BEDRAG, BELOOP

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 222.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
bedrag ineens

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0024 c