beloop

als woordenboektrefwoord:

beloop:
o. loop, gang; iets op zijn beloop laten ; richting ; glooiing.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

beloop (zn):
gang, ontwikkeling, richting, talud, tracé
beloop (zn):
richting, vorm
beloop (zn):
helling

als synoniem van een ander trefwoord:

ontwikkeling (zn) :
beloop, beschaving, beweging, bloei, civilisatie, evolutie, gang, geschiedenis, groei, loop, ontplooiing, ontwikkelingsgang, opvoeding, trend, verloop, voortgang, vooruitgang, vorming, wasdom
gang (zn) :
beloop, beweging, demarche, evolutie, gangetje, koers, loop, ontwikkeling, pas, richting, rijsnelheid, schot, snelheid, stroming, tempo, tred, vaart, vaarsnelheid, vaartje, verloop, voortgang
verloop (zn) :
afloop, beloop, evolutie, gang, koers, lijn, loop, ontwikkeling, ontwikkelingsgang, proces, toedracht
koers (zn) :
beloop, gang, loop, richting, route, verloop

woordverbanden van ‘beloop’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

bedrag, beloop

De hoegrootheid van eene som. Bedrag is de juiste som; beloop haar vermoedelijk bedrag.

beloop, gang, loop

De wending, die eene zaak neemt, en de vermoedelijke afloop, dien zij hebben zal. Spreekt men in het bizonder van ééne zaak dan gebruikt men liefst beloop; loop en gang bezigt men ook van meer zaken: de gang der zaken, de loop der dingen; het beloop der zaak vertellen. Iets op zijn beloop laten. In de spreekwijze: 's werelds loop ziet loop op de elkander opvolgende gebeurtenissen.

in Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 222:

bedrag, beloop

in Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 285:

beloop, slenter, trant

zie ook:

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0019 c