bloei

als woordenboektrefwoord:

bloei:
m. toestand van het bloeien.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

bloei (zn):
groei, ontplooiing, ontwikkeling, vlucht
bloei (zn):
prosperiteit, voorspoed, welstand
bloei (zn):
bloeitijd, bloementijd
bloei (zn):
ontluiking

als synoniem van een ander trefwoord:

ontwikkeling (zn) :
beloop, beschaving, beweging, bloei, civilisatie, evolutie, gang, geschiedenis, groei, loop, ontplooiing, ontwikkelingsgang, opvoeding, trend, verloop, voortgang, vooruitgang, vorming, wasdom
voorspoed (zn) :
bloei, fortuin, geluk, heil, meeval, prosperiteit, succes, welbevinden, welstand, welvaart, welvaren, welvarendheid, welzijn, zegen, zegening
vlucht (zn) :
bloei, expansie, ontwikkeling, vooruitgang
bloeiperiode (zn) :
bloei, hoogtij, opleving, voorspoed
ontplooiing (zn) :
bloei, groei, ontwikkeling, wasdom
opleving (zn) :
bloei, herleving, herstel
fleur (zn) :
bloei, bloeitijd

woordverbanden van ‘bloei’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
bloei, bloem, bloesem

Bloei — bloem — bloesem. Bloei is de toestand waarin eene plant, hetzij boom of struik, verkeert, op het tijdstip waarop de vrucht of het zaad zich gaat vormen. Bloem is dat gedeelte der plant, waarin zich het zaad vormt, en dat zich bij sommige bloeiwijzen door sierlijke vormen, prachtige kleuren en aangename geuren onderscheidt; bloesem of bloeisel is de ontloken knop der vruchtboomen. Bloei en bloem worden dikwijls figuurlijk gebezigd voor een schoon tijdstip of voor iets, dat door schoonheid het oog trekt. In den bloei der jaren. Een tijdperk van bloei (van voorspoed, van welvaart). De bloemen der gezondheid prijken haar op de wangen. De bloem ber jongelingen, der maagden (het schoonste en beste deel der jongelingen of maagden). Een bloemrijke schrijftrant (eene schrijfwijze, die zich gaarne van beelden bedient).

in hedendaagse spelling:
bloei, fleur

Bloei — fleur. Bloei, zie het eerste artikel. Fleur, een fransch woord, dat eigenlijk bloem beteekent, wordt niet anders dan oneigenlijk gebruikt. De fleur der gezondheid. De fleur der jaren. Fleurig is bloeiend, gezond.

in hedendaagse spelling:
welstand, welvaart, welzijn, welvaren, voorspoed, bloei

Welstand — welvaart — welzijn — welvaren — voorspoed — bloei. Gunstige toestand, waarin iets verkeert. Bloei ziet overdrachtelijk op volheid van leven, rijkdom van ontwikkeling, frischheid en kracht; voorspoed op hel bewaard blijven voor, of het gelukkig te boven komen van wederwaardigheden; welvaart, welvaren, welstand en welzijn op een samenloop van gunstige omstandigheden en een daardoor veroorzaakten ongemeen gunstigen toestand. Tusschen welvaren en welvaart heeft men dit verschil meenen op te merken, dat welvaart zou zien op een reeds aanwezigen, welvaren op een nog te verwachten staat van geluk. Men wijdt b.v. een dronk aan het welvaren van een huis. Een ander, meer wezenlijk verschil is hierin gelegen, dat men om lichamelijken voorspoed, het bezit eener goede gezondheid, aan te dniden, zich gemeenlijk naast welstand en welzijn van welvaren, bedient, maar zelden van welvaart. Naar iemands welvaren, welstand of welzijn vernemen. Wat het onderscheid tusschen welvaart en welstand aangaat, terwijl welstand alleen den toestand op het oog heeft, gelijk hij op het oogenblik is, ligt in welvaart het bijdenkbeeld van duurzaamheid. Voor de welvaart van een land is de welstand van landbouw en veeteelt een allereerste vereischte.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
bloei, bloem, bloesem

BLOEI, BLOEM, BLOESEM

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 380.

in hedendaagse spelling:
bloei, voorspoed, welvaart

BLOEI, VOORSPOED, WELVAART

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 381.

in hedendaagse spelling:
fleur, bloei, groei

FLEUR, BLOEI, GROEI

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 175.

in hedendaagse spelling:
groei, bloei, fleur

GROEI, BLOEI, FLEUR

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 223.

in hedendaagse spelling:
groei, bloei, fleur, tier, aanwas, vergroting, vermeerdering, vermenigvuldiging

GROEI, BLOEI, FLEUR, TIER, AANWAS, VERGROOTING, VERMEERDERING, VERMENIGVULDIGING

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 1, bladzijde 427.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

bloei
crisis, neergang
zie ook:
in bloei zijn

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0018 c