oppasser

als woordenboektrefwoord:

oppasser:
m. (-s), oppasster, v. (-s).

als trefwoord met bijbehorende synoniemen: niet gevonden.

als synoniem van een ander trefwoord:

bewaker (zn) :
bediende, beheerder, beschermer, bewaarder, cipier, conservator, hoeder, oppasser, opzichter, surveillant, wacht, wachter
dienaar (zn) :
bediende, bode, butler, diender, dienstbode, dienstknecht, huisknecht, hulp, knecht, loopjongen, oppasser
wachter (zn) :
bewaker, oppasser, wacht, waker
oppas (zn) :
bediende, oppasser
verzorger (zn) :
oppasser

woordverbanden van ‘oppasser’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
oppasser, oppasster, lijfknecht

OPPASSER, OPPASSTER, LIJFKNECHT

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 69.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

woorden met een verwante vorm:

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0018 c