bediende

als woordenboektrefwoord:

bediende:
m. en v. (-n), iem. die een ondergeschikte betrekking heeft, meestal in winkels.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

bediende (zn):
aide-de-cuisine, barkeeper, barman, butler, dienster, hulpkelner, kantoorbediende, kelner, kelnerin, klerk, koerier, loopjongen, ober, portier, serveerster, uitsmijter
bediende (zn):
bode, dienaar, dienstbode, dienstknecht, huisknecht, hulp, knecht, lakei, lijfknecht, page
bediende (zn):
ambtenaar, beambte, dienaar, employé, werkman

als synoniem van een ander trefwoord:

bewaker (zn) :
bediende, beheerder, beschermer, bewaarder, cipier, conservator, hoeder, oppasser, opzichter, surveillant, wacht, wachter
kracht (zn) :
arbeider, arbeidskracht, beambte, bediende, employé, employée, functionaris, hulp, personeel, werknemer, werkneemster
dienaar (zn) :
bediende, bode, butler, diender, dienstbode, dienstknecht, huisknecht, hulp, knecht, loopjongen, oppasser
hulp (zn) :
assistent, bediende, butler, dienaar, helper, helpster, hulpje, hulpkracht, kracht, werknemer, werkster
meisje (zn) :
dienstmaagd, dienstmeid, meid, dienstmeisje, gedienstige, hulpje, bediende
knecht (zn) :
assistent, bediende, dienaar, dienstbode, hulpje, lakei, ondergeschikte
beambte (zn) :
ambtenaar, bediende, employé, functionaris, geëmployeerde
kelner (zn) :
bediende, garçon, hofmeester, ober
oppas (zn) :
bediende, oppasser
bode (zn) :
bediende, dienaar
werkman (zn) :
bediende, knecht

woordverbanden van ‘bediende’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

bediende:
knecht
knecht:
dienaar, bediende, knaap, gast, gezel, oppasser, bode

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
bediende, bode, dienaar, dienstbode, knecht, lakei

Bediende — bode — dienaar — dienstbode — knecht — lakei. Alle woorden duiden iemand aan, die in dienst van een ander staat. Dienaar is eigenlijk het algemeene woord en duidt ieder aan, die dient. Bediende duidt in het algemeen iemand aan, die voor loon dient. Door dienstboden verstaat men hoofdzakelijk de bij iemand inwonende vrouwelijke personen, die voor loon huiselijke werkzaamheden verrichten. Dienaar is deftiger dan bediende of dienstbode en veronderstelt een voornamer of gewichtiger werkkring; vandaar dat het gebezigd wordt in samenstellingen als kamerdienaar, gerechtsdienaar, staatsdienaar, enz. Bode is de benaming voor de dienaren aan openbare inrichtingen, ais b.v. het stadhuis, provinciaal gouvernement, een ministerie, terwijl de dienaar, die daar bij den minister dienst doet, kamerbewaarder genoemd wordt. Bij knecht staat het denkbeeld van persoonlijke afhankelijkheid meer op den voorgrond; dit is in nog sterkere mate het geval met lakei, dat vroeger voetknecht of lijf-knecht beteekende, die de livrei of de kleeren met wapenkleuren van zijn heer droeg. In figuurlijken zin duidt knecht iemand aan, die geen vrijen zelfstandigen wil heeft, letterknecht; dienaar wordt in beleefdheidsformules, als uw dw. dienaar, gebruikt.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
dienaar, bediende, diender, dienstbode, knecht, lakei

DIENAAR, BEDIENDE, DIENDER, DIENSTBODE, KNECHT, LAKKEI

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 51.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.003 c