peuter

als woordenboektrefwoord:

peuter:
m. (-s), iem. die klein is; klein kind.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

peuter (zn):
dreumes, hummel, pruts, uk
peuter (zn):
klap, peut

als synoniem van een ander trefwoord:

klap (zn) :
bonk, bons, dreun, flap, floep, haal, hengst, houw, klak, klets, knal, knots, lap, lel, loei, makke, mep, mossel, mot, muilpeer, oorveeg, oorvijg, opdoffer, opduvel, oplawaai, opstopper, pardaf, patat, pats, peer, pees, pets, peut, peuter, plets, plof, pof, ramp, slag, smak, stoot, tik, watjekouw, weerbots
dreumes (zn) :
broekenman, dreumel, dreutel, hummel, keutel, peuter, pruts, uk, ukkepuk, ukkie, ventje
dreutel (zn) :
broekenman, dreumel, dreumes, hummel, kleuter, peuter, pruts, uk, ukkepuk, ventje
dreumel (zn) :
broekenman, dreumes, dreutel, hummel, peuter, pruts, uk, ukkepuk, ventje
kind (zn) :
baby, ding, kleintje, kleuter, peuter
pruts (zn) :
dreumes, peuter, ukkepuk
uk (zn) :
peuter

woordverbanden van ‘peuter’ grafisch weergegeven

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

peuter
volwassene

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
ANW - WNT (i) (ii) (iii) (iv) (v) - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - Wikipedia - Google

debug info: 0.0022 c