rook

als woordenboektrefwoord:

rook:
m. damp van brandende stoffen.
rook:
v. (roken), hooistapel.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

rook (zn):
hooiberg, hooimijt, hooiopper, hooischelf, opper
rook (zn):
damp, smook, smoor, walm

als synoniem van een ander trefwoord:

lucht (zn) :
bluf, grootspraak, niets, rook, zeepbel
damp (zn) :
rook, smook, smoor, walm
smoor (zn) :
rook, walm

woordverbanden van ‘rook’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
damp, mist, nevel, rook, smook, stoom, uitdamping, uitwaseming, walm

Damp — mist — nevel — rook — smook — stoom — uitdamping — uitwaseming — walm. Gasvormige of schijnbaar gasvormige opstijgende stoffen. Damp wordt gezegd van de vervluchtigde bestanddeelen van vloeistoffen zoowel als van vaste stoffen. Waterdamp, tabaksdamp, kwikdamp, kolendamp. Uitdamping slaat vooral op de dampen, die zich uit een lichaam ontwikkelen. De uitdampingen van poelen en moerassen zijn voor de gezondheid hoogst nadeelig. Uitwaseming wordt bij voorkeur gebezigd van de dampen, veroorzaakt door het uitstralen der warmte van een dierlijk lichaam. Rook is de damp, die uit brandende, smook of walm de zware damp, die uit smeulende, of brandende vettige voorwerpen opstijgt; walm wordt bij voorkeur gezegd van den vetten rook eener kaars of lamp. Stoom is de ijle damp, wasem de neerslaande damp van kokend water. Mist en nevel duiden beide laag bij den grond hangenden waterdamp aan; de eerste is zoo dik, dat hij het uitzicht geheel belemmert en het best bij eene tot in de onderste luchtlaag neergedaalde wolk is te vergelijken. Nevel is die laag hangende damp, die of den vorm van ijle wolken aanneemt, of als blauwe damp slechts het verre uitzicht belemmert. Figuurlijk wordt nevel gebezigd om een duisteren, onzekeren en somberen toestand aan te duiden.

Dit de neevlen zal de dag Eenmaal zeker rijzen.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
damp, mist, nevel, rook, smook, uitdamping, uitwaseming

DAMP, MIST, NEVEL, ROOK, SMOOK, UITDAMPING, UITWASEMING

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 10.

in hedendaagse spelling:
mist, nevel, rook, damp, wasem, walm, wolk

MIST, NEVEL, ROOK, DAMP, WASEM, WALM, WOLK

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 1, bladzijde 214.

in hedendaagse spelling:
walm, wasem, rook

WALM, WASEM, ROOK

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 322.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
in rook opgaan, rook afgeven, rook uitblazen, rook uitstoten

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0026 c