schots

als woordenboektrefwoord:

schots:
v. (-en), ijsschol.
schots:
bw. (-er, -t), op ruwe wijze.
schots:
bn. (-er, meest -), scheef, verkeerd.
schots:
bn. van, uit, als in Schotland.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

schots (bn):
draaierig, misselijk, onpasselijk
schots (bn):
bont, geruit, schotsbont
schots (bn):
gek, mal, raar
schots (bn):
onaangenaam
schots (bn):
ijsschol
schots (zn):
ijsschots, schol

als synoniem van een ander trefwoord:

onaangenaam (bn) :
koud, nurks, onaardig, onbeminnelijk, onvriendelijk, schots, stuurs, zuur
mal (bn) :
dol, dwaas, gek, grappig, maf, mallotig, raar, schots, zot
raar (bn) :
daas, dwaas, gek, halfgaar, mal, onwijs, schots, zot
misselijk (bn) :
mottig, onpasselijk, schots

woordverbanden van ‘schots’ grafisch weergegeven

zie ook:
schot

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0022 c