seizoen

als woordenboektrefwoord:

seizoen:
o. (-en), jaargetijde.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen: niet gevonden.

als synoniem van een ander trefwoord:

periode (zn) :
episode, seizoen, stadium, tijd, tijdperk, tijdruimte, tijdsspanne, tijdvak
jaargetijde (zn) :
herfst, lente, seizoen, winter, zomer
campagne (zn) :
seizoen, werkseizoen
getij (zn) :
jaargetijde, seizoen

woordverbanden van ‘seizoen’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
ANW - WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - Wikipedia - Google

debug info: 0.0016 c