slof

als woordenboektrefwoord:

slof:
bn. (-fer, -st), traag ; achteloos.
slof:
v. (-fen), pantoffel; muil.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

slof (zn):
pantoffel, sloef
slof (zn):
mandje, pak
slof (zn):
farde
slof (bn):
laks, nalatig, sloffig, slordig

als synoniem van een ander trefwoord:

pantoffel (zn) :
huisschoen, mocassin, muil, slof
laks (bn) :
gemakzuchtig, indolent, langzaam, lauw, lui, nalatig, nonchalant, onverschillig, slof, sloom, traag, vadsig, zorgeloos

woordverbanden van ‘slof’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
achteloos, onachtzaam, onoplettend, slof, slordig, zorgeloos

Achteloos — onachtzaam — onoplettend — slof — slordig — zorgeloos. Geene zorg dragende voor hetgeen men moet behartigen. Achteloos en onachtzaam geven het ontbreken van de noodige oplettendheid en zorg te kennen; achteloos is sterker dan onachtzaam en wijst meer bepaald aan, dat het gebrek eene gewoonte geworden is. Onoplettend geeft te kennen, dat men vluchtig over iets heen loopt, niet opmerkzaam genoeg op iets is. Slof is hij, die zijne zaken uit traagheid verwaarloost; slordig is niet zoozeer een gevolg van traagheid, als van onordelijkheid. Zorgeloos wordt van hem gezegd, die uit luchthartigheid en onnadenkendheid zich niet om zijne belangen bekommert en dus zijne zaken verwaarloost. Hij sloeg onachtzaam de bloemen van haar stengel. Het was onachtzaam van den jongen man, niet beter zijn gezelschap in 't oog te houden. Dat hij achteloos is, blijkt uit de wijze, waarop hij gewoonlijk te werk gaat. Wie onoplettend is, doet gewoonlijk hetgeen, hij doen moet, slechts ten halve. Dat hij slordig is, blijkt uit den toestand zijner kleederen. Onze secretaris is wat slof, en een slordig werker.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
achteloos, onachtzaam, onoplettend, slof

ACHTELOOS, ONACHTZAAM, ONOPLETTEND, SLOF

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 94.

in hedendaagse spelling:
slof, sleepdeken, sleeplenden, slaplenden, waarloos, amechtig, loom, log, traag, lui

SLOF, SLEEPDEKEN, SLEEPLENDEN, SLAPLENDEN, WAARLOOS, AAMECHTIG, LOOM, LOG, TRAAG, LUI

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 1, bladzijde 82.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0024 c