lui

als woordenboektrefwoord:

lui:
m. mv. verkorting van luiden. luitjes, o. mv.
lui:
bn. (-er, -st), vadsig van aard.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

lui (bn):
energieloos, flegmatiek, futloos, gemakzuchtig, indolent, laks, langzaam, lusteloos, sloom
lui (bn):
loom, nalatig, traag, vadsig, werkschuw, arbeidsschuw
lui (bn):
moe, slaperig
lui (bn):
flauw
lui (zn):
lieden, luiden, luitjes, mensen

als synoniem van een ander trefwoord:

traag (bn) :
flegmatiek, indolent, inert, laks, lamlendig, langzaam, lijzig, log, loom, lui, passief, slepend, sloom, suf, traagzaam, vadsig
laks (bn) :
gemakzuchtig, indolent, langzaam, lauw, lui, nalatig, nonchalant, onverschillig, slof, sloom, traag, vadsig, zorgeloos
sloom (bn) :
kalm, laks, langzaam, lijzig, lui, onverschillig, saai, slap, suf, traag, vervelend
loom (bn) :
energieloos, futloos, lui, moe, slap, slaperig
beroerd (bn) :
bedonderd, lamlendig, lui, onwillig
langzaam (bn) :
gemakzuchtig, lui
flauw (bn) :
lui
luiden (ww) :
lui

woordverbanden van ‘lui’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

in hedendaagse spelling:
log, langzaam, loom, lui, traag, vadsig

Log — langzaam — loom — lui — traag — vadsig. Deze woorden drukken gebrek aan werklust uit. De luie heeft een afkeer van werken; de trage heeft geen ijver genoeg; de logge is plomp in zijne bewegingen; de loome is langzaam in zijne bewegingen; bij den logge is de lichaamsgestalte, bij den laatste eene aandoening van het lichaam door een invloed van buiten (b.v. warmte), of door eene ziekte, de oorzaak; de vadsige heeft het toppunt van luiheid en onverschilligheid bereikt. Wordt langzaam in gelijke beteekenis als traag gebezigd, dan geeft het eene eigenschap van den geest te kennen, die zich evenals traagheid, in gebrek aan ijver in de beweging uit.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
langzaam, talmachtig, traag, lui, loom, vadsig

LANGZAAM, TALMACHTIG, TRAAG, LUI, LOOM, VADZIG

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 358.

in hedendaagse spelling:
slof, sleepdeken, sleeplenden, slaplenden, waarloos, amechtig, loom, log, traag, lui

SLOF, SLEEPDEKEN, SLEEPLENDEN, SLAPLENDEN, WAARLOOS, AAMECHTIG, LOOM, LOG, TRAAG, LUI

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 1, bladzijde 82.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

lui
ijverig, vlijtig

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.002 c