Synoniemen.net gebruikt cookies en vergelijkbare technologie├źn ("cookies"), onder andere om je een optimale gebruikerservaring te bieden. Dat houdt in dat synoniemen.net het gedrag van bezoekers vastlegt, analyseert en deelt en zo de website beter afstemt op de interesses van de bezoeker. Cookies van Improve Digital en AppNexus kunnen worden gebruikt om advertenties te tonen, gedragsgegevens te delen en artikelen aan te bevelen op synoniemen.net die aansluiten op je interesses.

Lees meer over ons privacy-beleid.

cookies accepteren

cookies niet accepteren


thuis

als woordenboektrefwoord:

thuis:
bw. te huis.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

thuis (bn):
bedreven, ervaren, geroutineerd, vertrouwd
thuis (bn):
binnen, binnenshuis, in huis
thuis (zn):
domicilie, haardstede, honk, huis, tehuis, woning, woonplaats

als synoniem van een ander trefwoord:

woning (zn) :
appartement, behuizing, domicilie, flat, honk, huis, onderdak, tehuis, thuis, verblijf, verblijfplaats, woon, woongelegenheid, woonhuis, woonplaats, woonruimte, woonst
huis (zn) :
domicilie, heem, home, kot, maison, onderdak, thuis, woning, woonhuis, woonst, woongelegenheid, woonruimte
woonplaats (zn) :
thuis, verblijf, verblijfplaats, woning, woon, woonst, zetel
vertrouwd (bn) :
bekend, eigen, intiem, op de hoogte, thuis
bekend (bn) :
gekend, thuis, vertrouwd
binnen (vz) :
aanwezig, thuis

woordverbanden van ‘thuis’ grafisch weergegeven

zie ook:
niet thuis

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
ANW - WNT (i) (ii) - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - Wikipedia - Google

debug info: 0.0025 c