zelfstandig

als woordenboektrefwoord:

zelfstandig:
bn. bw. (-er, -st), op zichzelf staande ; onafhankelijk.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

zelfstandig (bn):
autonoom, eigenmachtig, mondig, onafhankelijk, soeverein, substantieel

als synoniem van een ander trefwoord:

oorspronkelijk (bn) :
authentiek, echt, natuurlijk, onvertaald, onvervalst, origineel, zelfstandig, zuiver
onafhankelijk (bn) :
autonoom, eigenmachtig, independent, ongebonden, soeverein, vrij, zelfstandig
vrijgevochten (bn) :
bandeloos, geƫmancipeerd, tuchteloos, zelfstandig
mondig (bn) :
handelingsbekwaam, volwassen, zelfstandig
soeverein (bn) :
autonoom, onafhankelijk, zelfstandig
rijp (bn) :
volgroeid, volwassen, zelfstandig
autonoom (bn) :
onafhankelijk, vrij, zelfstandig
meerderjarig (bn) :
volwassen, zelfstandig
substantief (bn) :
zelfstandig
substantieel (zn) :
zelfstandig

woordverbanden van ‘zelfstandig’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
onafhankelijk, vrij, zelfstandig

Onafhankelijk — vrij — zelfstandig. Niet aan het gezag van iemand anders onderworpen. Zijn eigen heer en meester, in doen en laten door niemand beperkt. Onafhankelijk heeft vooral betrekking op den toestand, waarin men zich bevindt in verhouding tot anderen. Zelfstandig geeft ditzelfde te kennen, doch met uitdrukkelijke vermelding, dat men op zich zelf staat en niet bij een ander behoort. Vrij ziet meer op het gevoel, dat iemand heeft, die niet gebonden is en niet gedwongen kan worden, om iets tegen zijn wil te doen. Een vrij man, een onafhankelijk man. Ons gemeenebest was een onafhankelijke staat geworden. De vrije steden van Duitschland hadden vroeger hun eigen bestuur. Vrije toestemming noemt men in rechten eene toestemming, die niet door geweld is afgeperst, en niet door bedrog of dwaling is verkregen. Niet synoniem met vrij is onaf hankelijk in de volgende uitdrukkingen, waarin het wel met zelfstandig kan afwisselen. Onafhankelijk leven d. i. zoodanig leven, dat men van niemand behoeft af te hangen. Een onafhankelijk bestaan hebben d. i. een voldoend inkomen of een genoegzaam vermogen hebben.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

zelfstandig
afhankelijk, onzelfstandig
zie ook:
zelfstandig naamwoord

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0019 c