los

als woordenboektrefwoord:

los:
m. (-sen), lynx : een roofdier.
los:
bn. bw. (-ser, -t), ongedwongen; onzeker ; niet vast.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

los (bn):
afneembaar, afzonderlijk, apart, beweegbaar, eraf, individueel, loshangend, onderbroken, ongebonden, onvast, onverpakt, open, slap, uiteen, vrij, wankel
los (bn):
lichtvaardig, lichtzinnig, losbandig, luchthartig, nonchalant, ongegeneerd, onzedelijk, oppervlakkig
los (bn):
luchtig, ongedwongen, sierlijk, vlot, vrij
los (bn):
gul, kruimelig, mul, onsamenhangend, rul
los (bn):
vrijblijvend
los (bn):
gelost, leeg
los (bn):
los vallend
los (bn):
vaag
los (zn):
enkel
los (zn):
lynx

als synoniem van een ander trefwoord:

ongedwongen (bn) :
eerlijk, familiaar, frank, frank en vrij, gemakkelijk, gemeenzaam, los, losjes, natuurlijk, nonchalant, onbeschroomd, onbevangen, ongegeneerd, ongekunsteld, ongemaakt, onomwonden, onverbloemd, onverholen, ruiterlijk, sans gêne, spontaan, vloeiend, vlot, volmondig, vrijmoedig
losbandig (bn) :
aanstootgevend, bandeloos, buitensporig, extravagant, licht, lichtvaardig, lichtzinnig, liederlijk, los, ongebonden, ongeregeld, slordig, tomeloos, zedeloos
vrij (bn) :
los, onafhankelijk, onbegrensd, onbelemmerd, onbeperkt, onbezet, onbezwaard, onconventioneel, ongebonden, ongedwongen, vrijmoedig
luchtig (bn) :
lichthartig, lichtvaardig, lichtzinnig, los, luchthartig, onbezorgd, onbezwaard, onbekommerd, opgewekt, vrolijk
lichtvaardig (bn) :
ijdellijk, lichtzinnig, los, losbandig, luchthartig, onbedachtzaam, onberaden, onbezonnen, roekeloos, vluchtig
apart (bn) :
afgescheiden, afgezonderd, afzonderlijk, gescheiden, gesepareerd, los, onderscheiden, separaat, uiteen
oppervlakkig (bn) :
cosmetisch, los, losjes, luchtig, nietszeggend, primair, terloops, vaag, vluchtig, wuft, zonder diepgang
luchthartig (bn) :
gemakkelijk, lichthartig, lichtvaardig, los, luchtig, onbezorgd, ondegelijk, vlinderachtig, zorgeloos
open (bn) :
gapend, leegstaand, los, onbedekt, onbeschut, ongedekt, ontzegeld, openstaand, ruim
afzonderlijk (bn) :
apart, bijzonder, eigen, gescheiden, gesepareerd, los, separaat
ongebonden (bn) :
bandeloos, liederlijk, los, losbandig, ongeregeld, vrij
vluchtig (bn) :
haastig, kort, los, oppervlakkig, snel, terloops
slap (bn) :
flodderig, los, slaphangend, slobberig, soepel
enkel (bn) :
afzonderlijk, enig, enkelvoudig, los
ijl (bn) :
dun, iel, los, onwezenlijk, verdund
mul (bn) :
los, poederig, pulverig, rul
individueel (bn) :
afzonderlijk, apart, los
rul (bn) :
los, mul, onsamenhangend
gul (bn) :
los, mul, zandig

woordverbanden van ‘los’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

in hedendaagse spelling:
los, lichtzinnig, liederlijk, losbandig, ongebonden

Los — lichtzinnig — liederlijk — losbandig — ongebonden. Terwijl lichtzinnig de eigenschap van het karakter aanduidt, waardoor men de wetten van zedelijkheid en welvoeglijkheid niet ernstig opneemt en zich niet om de gevolgen zijner daden bekommert, zien de andere woorden meer op de uitingen der lichtzinnigheid. Lichtzinnige jongelieden. Los, d. i. niet vast, niet gebonden, staat tegenover stijf; uit de beteekenis: niet gebonden, heeft zich die, welke men thans in ongebonden heeft, ontwikkeld; die los leeft laat zich niet door allerlei banden beteugelen. Losbandig, en minder sterk ongebonden, duiden aan, dat men zich aan geene zedelijke banden stoort, en zich aan grove buitensporigheden schuldig maakt. De losse jeugd. Een los leven leiden = zijn vermaak op ongeoorloofde wegen zoeken. Een hooge graad van losbandigheid en zedeloosheid wordt aangeduid door liederlijk. Een liederlijk gedrag. Hij heeft een losbandig leven geleid, en moet er nu de gevolgen van ondervinden. Eene ongebonden levenswijze.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
los, losbandig, onbandig, liederlijk, ploertig

LOS, LOSBANDIG, ONBANDIG, LIEDERLIJK, PLOERTIG

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 375.

in hedendaagse spelling:
onvoorzichtig, onbedachtzaam, onberaden, onbezonnen, roekeloos, overmoedig, stout, onbesuisd, lichtvaardig, lichthartig, lichtzinnig, los, wuft, wispelturig

ONVOORZICHTIG, ONBEDACHTZAAM, ONBERADEN, ONBEZONNEN, ROEKELOOS, OVERMOEDIG, STOUT, ONBESUISD, LIGTVAARDIG, LIGTHARTIG, LIGTZINNIG, LOS, WUFT, WISPELTURIG

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 1, bladzijde 181.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

los
aaneen, formeel, hoekig, klem, stijf, vast
zie ook:
los knopen, los vallend, los van zeden, los worden, los zien

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

Er is mogelijk een probleem met je verbinding
Je verbinding lijkt niet op die van een normale eindgebruiker, maar op die van een datacentrum. De gegevens op deze website zijn bedoeld om te raadplegen met een webbrowser door individuele gebruikers. Het is niet toegestaan om zonder toestemming scripts of andere hulpmiddelen te gebruiken om gegevens op de site automatisch te downloaden, voor welk doeleinde dan ook.

Om de website voor iedereen bereikbaar te houden, kunnen zulke verbindingen sterk worden vertraagd of in het ergste geval zelfs geheel geblokkeerd. Heb je de indruk dat je verbinding hier ten onrechte als een datacentrum-verbinding wordt aangemerkt, laat het dan weten. Vermeld daarbij graag je IP-adres: 34.231.109.238.

debug info: 0.0026 c