soepel

als woordenboektrefwoord:

soepel:
bn. (-er, -st), lenig, zeer buigzaam.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

soepel (bn):
gemakkelijk, meegaand, plooibaar, toegeeflijk, vloeiend
soepel (bn):
beweeglijk, buigzaam, flexibel, lenig, slap, smedig
soepel (bw):
gemakkelijk, gesmeerd, moeiteloos, op rolletjes, vlot

als synoniem van een ander trefwoord:

meegaand (bn) :
buigzaam, dociel, gedwee, gezeglijk, handelbaar, indulgent, inschikkelijk, plooibaar, soepel, toegeeflijk, toegevend, volgzaam
gemakkelijk (bn) :
eenvoudig, geriefelijk, glad, licht, makkelijk, moeiteloos, ongecompliceerd, probleemloos, soepel, vloeiend, vlot
gemakkelijk (bn) :
coulant, gauw tevreden, gewillig, geredelijk, gezeglijk, inschikkelijk, luchtig, meegaand, soepel, volgzaam
coulant (bn) :
gemakkelijk, handelbaar, inschikkelijk, mild, schappelijk, soepel, toegeeflijk, toeschietelijk, vloeiend
lenig (bn) :
buigzaam, flexibel, rank, rekkelijk, slap, smedig, smijdig, soepel, veerkrachtig
plooibaar (bn) :
buigzaam, flexibel, gedwee, gewillig, inschikkelijk, meegaand, soepel, willig
flexibel (bn) :
buigzaam, elastisch, gedwee, lenig, makkelijk, meegaand, soepel, toegeeflijk
buigzaam (bn) :
flexibel, gedwee, gewillig, lenig, meegaand, plooibaar, soepel, toegeeflijk
buigzaam (bn) :
flexibel, gedwee, gesmijdig, inschikkelijk, plooibaar, smijdig, soepel
permissief (bn) :
gewillig, inschikkelijk, meegaand, plooibaar, soepel
licht (bn) :
lichtvoetig, luchtig, makkelijk, sierlijk, soepel
slap (bn) :
flodderig, los, slaphangend, slobberig, soepel
genadig (bn) :
soepel, toegeeflijk, vergevensgezind
beweeglijk (bn) :
behendig, lenig, soepel, vaardig
lichtjes (bw) :
soepel

woordverbanden van ‘soepel’ grafisch weergegeven

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

soepel
hard, krampachtig, onverbiddelijk, stijf, streng, stug

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0022 c