iel

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

iel (bn):
dun, fijn, flets, flinterdun, ijl, mager, magertjes, rank, schraal, schriel

als synoniem van een ander trefwoord:

schraal (bn) :
arm, armelijk, armoedig, armzalig, behoeftig, gering, iel, karig, krap, mager, miezerig, onaanzienlijk, ontoereikend, pover, schaars, schamel, schriel, sober, zwak
flets (bn) :
bleek, bleekjes, dof, flauw, fleps, iel, mat, ongezond, pips, slap, vaal, verlept, verschoten, wee, wit weggetrokken, witjes, zwak, zwemmerig
mager (bn) :
dun, iel, ingevallen, ontvleesd, schraal, schriel, slank, smal, spichtig, uitgemergeld, verpieterd, flinterdun
dun (bn) :
fijn, flinterdun, iel, ijl, klein, mager, rank, schaars, schraal, slank, smal, subtiel
schraal (bn) :
dor, droog, dun, iel, kwarrig, onvruchtbaar
ijl (bn) :
dun, iel, los, onwezenlijk, verdund
schriel (bn) :
dun, iel, mager, schraal

woordverbanden van ‘iel’ grafisch weergegeven

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - Wikipedia - Google

debug info: 0.0088 nc