kort

als woordenboektrefwoord:

kort:
bn. (-er, -st), niet lang ; beknopt.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

kort (bn):
beknopt, bondig, in het kort, kortom, om kort te gaan, samengevat
kort (bn):
bars, bits, kortaf, vinnig
kort (bn):
gedrongen, klein
kort (bw):
eventjes, korte tijd, kortstondig, een moment lang, een ogenblik lang
kort (bw):
even, gering, summier, vluchtig

als synoniem van een ander trefwoord:

klein (bn) :
beperkt, bescheiden, dun, gering, kort, luttel, miezerig, nietig, onaanzienlijk, onbeduidend, onbelangrijk, onbetekenend, petieterig, peuterig, pietepeuterig, pieterig, popperig, pover, prullerig, schamel, summier
kortaf (bn) :
bars, bits, bruusk, geërgerd, geprikkeld, kort, korzelig, onvriendelijk, stug, vinnig
beknopt (bn) :
bondig, compact, concies, gedrongen, kort, summier, verkort
vluchtig (bn) :
haastig, kort, los, oppervlakkig, snel, terloops
even (bw) :
een moment lang, een momentje, een ogenblik lang, een tijdje, effe, eventjes, kort
kortstondig (bw) :
efemeer, kort, momenteel, ogenblikkelijk, vergankelijk, vluchtig, voorbijgaand
kortom (bw) :
in het kort, kort, om kort te gaan
eventjes (bw) :
een tijdje, effe, kort
tekort (zn) :
behoefte, deficiëntie, deprivatie, gebrek, gemis, kort, manco, ontbreken, ontoereikendheid, schaarste, tekortkoming

woordverbanden van ‘kort’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

in hedendaagse spelling:
beknopt, bondig, kort

Beknopt — bondig — kort. Van eene rede of een geschrift, dat niet gerekt of vervelend is. Kort zegt alleen, dat iets niet lang is; beknopt, dat men in een klein bestek het voornaamste, wat er over eene zaak te zeggen valt, bijeengebracht heeft: een beknopt relaas ran iets geven; bondig dat een betoog of een gezegde kracht aan kortheid paart. Kort en bondig d. i. in weinig woorden, maar duidelijk.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
beknopt, bondig, kort, samengedrongen

BEKNOPT, BONDIG, KORT, ZAMENGEDRONGEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 262.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

kort
diepgaand, grondig, intensief, lang, radicaal, uitgebreid, uitvoerig
zie ook:
in het kort, kort aangebonden, kort door de bocht, om kort te gaan, te kort doen, koren, korten

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

Er is mogelijk een probleem met je verbinding
Je verbinding lijkt niet op die van een normale eindgebruiker, maar op die van een datacentrum. De gegevens op deze website zijn bedoeld om te raadplegen met een webbrowser door individuele gebruikers. Het is niet toegestaan om zonder toestemming scripts of andere hulpmiddelen te gebruiken om gegevens op de site automatisch te downloaden, voor welk doeleinde dan ook.

Om de website voor iedereen bereikbaar te houden, kunnen zulke verbindingen sterk worden vertraagd of in het ergste geval zelfs geheel geblokkeerd. Heb je de indruk dat je verbinding hier ten onrechte als een datacentrum-verbinding wordt aangemerkt, laat het dan weten. Vermeld daarbij graag je IP-adres: 3.236.8.46.

debug info: 0.0022 c