Synoniemen.net gebruikt cookies en vergelijkbare technologie├źn ("cookies"), onder andere om je een optimale gebruikerservaring te bieden. Dat houdt in dat synoniemen.net het gedrag van bezoekers vastlegt, analyseert en deelt en zo de website beter afstemt op de interesses van de bezoeker. Cookies van Improve Digital en AppNexus kunnen worden gebruikt om advertenties te tonen, gedragsgegevens te delen en artikelen aan te bevelen op synoniemen.net die aansluiten op je interesses.

Lees meer over ons privacy-beleid.

cookies accepteren

cookies niet accepteren


afwezig

als woordenboektrefwoord:

afwezig:
bn. niet tegenwoordig.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

afwezig (bn):
distract, dromerig, gedachteloos, onoplettend, verstrooid
afwezig (bn):
absent, elders, uit, weg, zoek

als synoniem van een ander trefwoord:

weg (bn) :
absent, afwezig, de deur uit, elders, foetsie, kapoeres, kwijt, naar de bliksem, naar de maan, onvindbaar, op pad, pleite, ribbedebie, spoorloos, verdwenen, verloren, verstuurd, vertrokken, zoek
verstrooid (bn) :
absent, afgetrokken, afwezig, distract, dromerig, duf, vergeetachtig
dromerig (bn) :
afwezig, verstrooid
gedachteloos (bn) :
afwezig, dromerig
absent (bn) :
afwezig
glazig (bn) :
afwezig
wazig (bn) :
afwezig
zoek (bn) :
afwezig

woordverbanden van ‘afwezig’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

afwezig:
heen, voort, uit, verwijderd, vertrokken, verdwenen, weg (niet: verstrooid)
weg:
zoek, kwijt, voort, vertrokken, verloren, afwezig

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
afwezig, afwezend

Afwezig — afwezend. Het eerste is het gewone woord, hel tweede is minder gebruikelijk. Beide drukken uit dat een persoon zich niet bevindt op de plaats, waar men verwacht, dat hij zijn zal. Afwezig geeft den toestand aan, waarin de persoon verkeert; afwezend stelt den persoon als handelend voor: het stelt op den voorgrond, dat men door het niet tegenwoordig zijn geen deel aan eene handeling neemt. Afwezig staat tegenover aanwezig, afwegend tegenover tegenwoordig. In het gebruik echter worden beide Woorden dikwijls verwisseld. De heer des huizes was afwezig of af-wezend, toen zijn huis afbrandde. De gemachtigde trad voor de rechtbank op voor de afwezende (afwezige) erfgenamen.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
afwezend, afwezig, niet tegenwoordig

AFWEZEND, AFWEZIG, NIET TEGENWOORDIG

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 146.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

afwezig
aanwezig, present, wakker

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
ANW - WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - Wikipedia - Google

debug info: 0.0031 c