cirkel

als woordenboektrefwoord:

cirkel:
m. (-s), kring ; vlak daardoor ingesloten.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

cirkel (zn):
kring, ring, rondje, rondte, ronde, lus

als synoniem van een ander trefwoord:

ring (zn) :
band, cirkel, gordel, kring, schakel
kring (zn) :
cirkel, lus, ring, rondte, sfeer
rondte (zn) :
cirkel, kring
rondje (zn) :
cirkel

woordverbanden van ‘cirkel’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

cirkel, krans, kring, omtrek

Een kring is eene kromme lijn, die tot zichzelve terugkeert. Het daarbinnen gelegen vlak kan dus rond, ovaal of onregelmatig zijn. Kring wordt ook gebruikt om datgene in het maatschappelijk leven aan te duiden, wat binnen zekere grenzen gelegen is, of den omtrek, waarbinnen zich iets beweegt. Hij beweegt zich in de eerste kringen. Gebruikt men het woord omtrek voor de begrenzing van een vlak, dan kunnen de lijnen evengoed recht als krom zijn. Verder duidt dit woord de uitgestrektheid, den omvang van iets aan, de omgeving, de streek om iets heen. Onder cirkel verstaat men eene in zich zelf weerkeerende kromme lijn, die zich op alle punten even ver van het middelpunt bevindt. Wanneer men spreekt van kringen om zon of maan, dan is ook synoniem het woord krans, dat eveneens eene kringvormige omvatting aanduidt, doch meestal, en vooral in samenstellingen, met het bijbegrip van versiersel; lauwerkrans, stralenkrans.

in Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, blz. 429:

cirkel, kring

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

cirkel
vierkant

zie ook:

bij andere sites:

synoniemen-sites:
algemene woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0023 c