band

als woordenboektrefwoord:

band:
m. (-en), reep linnen, katoen, leer enz. ; fietsband ; stevige boekomslag met sterke rug; boei, kluister; (fig.) wat verbindt.
band:
o. geweven lint.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

band (zn):
binding, bondgenootschap, gevoelsband, relatie, schakel, verbinding, verbondenheid, verstandhouding
band (zn):
broekriem, broeksband, ceintuur, gordel, gordelriem, riem, singel, sjerp, stootband, tailleband
band (zn):
autoband, binnenband, buitenband, fietsband, gummiband, luchtband, rubberband
band (zn):
beatband, beatgroep, dansorkest, formatie, jazzorkest, muziekgroep, popgroep
band (zn):
beeldband, geluidsband, magneetband, tape, videoband, videotape
band (zn):
baan, lopende band, sorteerband, transportbaan, transportband
band (zn):
fanfarekorps, kapel, korps, muziekkapel, muziekkorps
band (zn):
lint, rand, reep, streep, strip, strook
band (zn):
bindweefselband, ligament
band (zn):
golf, frequentieband
band (zn):
boekband, boekwerk
band (zn):
boei, keten
band (zn):
hoepel

als synoniem van een ander trefwoord:

verbinding (zn) :
aaneenschakeling, aaneenvoeging, aanhechting, aankoppeling, aansluiting, band, binding, bundeling, coherentie, cohesie, combinatie, compound, conjunctie, connectie, copulatie, dam, junctie, junctuur, koppeling, relatie, samenhang, samenkoppeling, samenstelling, samensmelting, samenvoeging, schakel, schakeling, verband, vereniging, vervlechting
streng (zn) :
band, bindgaren, bindtouw, draad, klit, koord, paktouw, pees, reep, snoer, touwtje, veter, vlecht
relatie (zn) :
band, liaison, liefdesbetrekking, liefdesgeschiedenis, liefdesverhouding, romance
schakel (zn) :
band, connectie, koppeling, link, malie, ring, schalm, verbinding, verbindingsstuk
verbondenheid (zn) :
band, lotsverbondenheid, saamhorigheid, saamhorigheidsgevoel, solidariteit
riem (zn) :
band, bretel, drijfriem, gordel, koppel, lijn, riempje, ring, singel, snaar
betrekking (zn) :
band, connectie, relatie, verband, verbintenis, verhouding, verwijzing
boek (zn) :
band, boekdeel, boekwerk, bundel, deel, foliant, paperback, pil, pocket
contact (zn) :
band, connectie, contactpersoon, kruiwagen, relatie, verstandhouding
strook (zn) :
baan, band, bies, coupon, rand, reep, souche, streep, tape
touw (zn) :
band, draad, kabel, koord, lijn, reep, tros, zeel
verhouding (zn) :
band, betrekking, connectie, relatie, verband
koord (zn) :
band, draad, kabel, lijn, snoer, streng, touw
ring (zn) :
band, cirkel, gordel, kring, schakel
gemeenschap (zn) :
band, betrekking, verstandhouding
keten (zn) :
band, boei, ketting, kluister
deel (zn) :
band, boek, boekdeel, volumen
gordel (zn) :
band, ceintuur, riem, singel
baan (zn) :
band, reep, strip, strook
snoer (zn) :
band, draad, koord, pees
balk (zn) :
band, lijn, streep
strip (zn) :
band, rand, strook
ceintuur (zn) :
band, gordel, riem
kip (zn) :
band, hoepeltje
tape (zn) :
band, strook
tape (zn) :
band

woordverbanden van ‘band’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
band, bindsel

Band — bindsel. Datgene waarmede iets gebonden wordt. Bindsel is hetgeen tot binden dienen kan, band hetgeen daartoe gebruikt wordt of opzettelijk er voor vervaardigd is. Figuurlijk wordt altijd band, nooit bindsel, gebezigd. De banden des bloeds.

in hedendaagse spelling:
band, boei, keten, ketting, kluister

Band — boei — keten — ketting — kluister. Een werktuig, waardoor iemand in zijne vrijheid van beweging belemmerd wordt. Band is de algemeene uitdrukking voor alles, wat dient om iemand te binden en wordt verondersteld uit eene buigzame stof te bestaan. Boei en kluister duiden een ijzeren werktuig aan, dat iemand gevangen houdt, en geopend of gesloten kan worden. Om hand of voet kan men boeien of kluisters dragen, terwijl men om de armen met een band gebonden wordt. De keten of ketting, eene reeks van aaneengeschakelde ringen van een of ander metaal, wordt als band gebruikt, waar buigzame stof niet sterk genoeg zou zijn. Figuurlijk gebezigd geven boeien en kluisters eene sterke, harde macht te kennen, die iemand of iets gevangen houdt, drukken ketenen meer eene innige, vaste en band eene lichtere en zachtere verbinding uit. De banden des bloeds, des huwelijks, der vriendschap. Harten ketenen, d. i. sterk verbinden door weldaden. De keten der min. Door zooveel bevalligheid geboeid (of gekluisterd) was het mij niet mogelijk de oogen ook maar een enkel oogenblik van haar af te wenden.

En rolt de Rijn weer langs zijn boorden, Ontslagen van den winterboei.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
band, bindsel

BAND, BINDSEL

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 197.

in hedendaagse spelling:
boei, band, keten, ketting, kluister

BOEI, BAND, KETEN, KETTING, KLUISTER

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 385.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

band is mogelijk onnodig Engels.
De Woordenlijst overbodig Engels Op-en-Top Nederlands geeft de volgende Nederlandse alternatieven (doorzoek ook de volledige lijst op vindpunt.nl):

band  zn.:
(muziek)groep, formatie
zie ook:
lopende band

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
ANW - WNT (i) (ii) - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - Wikipedia - Google

debug info: 0.0024 c