dringen

als woordenboektrefwoord:

dringen:
(drong, gedrongen); iem. in een hoek dringen, in het nauw brengen.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

dringen (ww):
een weg banen, penetreren, sijpelen, worstelen, wurmen
dringen (ww):
aandrijven, noodzaken, prangen, pressen
dringen (ww):
duwen, stoten
dringen (ww):
drommen

als synoniem van een ander trefwoord:

duwen (ww) :
doffen, douwen, drijven, dringen, drukken, een zet geven, persen, porren, prangen, schuiven, stoten
stuwen (ww) :
dringen, opeenduwen, persen, proppen, stouwen, tremmen, voortduwen
opdringen (ww) :
aandringen, dringen, naar voren dringen
stoten (ww) :
drijven, dringen, schuiven, verdringen
persen (ww) :
dringen, drukken, duwen, prangen

woordverbanden van ‘dringen’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
dringen, drukken, duwen, stoten

Dringen — drukken — duwen — stooten. Een lichaam met geweld van zijne plaats trachten te verwijderen. Duwen en stooten hebben dit met elkander gemeen, dat de werking bij beide niet lang van duur is, maar zij verschillen hierin, dat duwen minder kracht en eene minder plotselinge werking onderstelt dan stooten. Iemand uit de deur duwen of stooten. Drukken onderstelt eene krachtige en aanhoudende werking, terwijl in dringen nog dit andere bijdenkbeeld ligt opgesloten, dat de verwijdering van het voorwerp geschiedt met het doel om de plaats ervan zelf in te nemen. Dit dak is te zwaar, het drukt te sterk op de muren. Iemand van zijne plaats dringen. Overdrachtelijk heeft drukken de beteekenis van het gemoed bezwaren, onrust en kommer baren, doch is dan niet synoniem met de andere woorden: dat geheim drukt mij. Dringen beteekent ook noodzaken: hij drong mij letterlijk hem te vergezellen.

in hedendaagse spelling:
dwingen, dringen, noodzaken, nopen, pressen

Dwingen — dringen — noodzaken — nopen — pressen. Iemand door middel van zijne kracht tot iets brengen. Noodzaken is iemand door nood er toe brengen om iets te doen. Het veronderstelt nog geen gewelddadige maatregelen, doch zulke, die het den persoon, die genoodzaakt wordt, onmogelijk maken anders te handelen. Dringen, dwingen, nopen en pressen veronderstellen meerdere of mindere mate van geweld. Bij nopen brengt men hem er toe, door hem met een prikkel aan te zetten; deze prikkel kan echter van zedelijken aard zijn. Dringen veronderstelt een voort duwen, waarbij de betrokken persoon nog de vrijheid zijner beweging behoudt. Bij pressen is een krachtige druk aanwezig, die hem niet alleen steeds verder voortdrijft, maar ook het ter zijde uitwijken geheel onmogelijk maakt. Terwijl dringen, nopen en pressen altijd nog eenige medewerking van den betrokken persoon onderstellen, is zulks bij dwingen niet het geval. Hierbij is de vrijheid volstrekt beperkt en degene, die gedwongen wordt, moet door kracht en geweld er toe gebracht worden om iets te doen, dat tegen zijn wil is. De omstandigheden noodzaakten mij zoo te handelen. De liefde van Christus dringt ons; de tijd dringt. Iemand met geweld tot iets dwingen; gedwongen fraaiigheid. Zijne eerzucht noopte hem zoo te handelen. Hij preste ons mee naar binnen te gaan.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922)*:

in hedendaagse spelling:
noodzaken, dwingen, dringen

65. Noodzaken — dwingen — dringen.

Iemand met kracht tot een handeling bewegen.

Dwingen zegt, dat zulks door dwang, door geweld van anderen geschiedt; de gedwongene moet tegen zijn zin doen, wat van hem geƫischt wordt. De vijand wilde den schildwacht dwingen de wapens af te geven, maar de brave soldaat liet zich liever doodschieten dan zijn post ontrouw te worden.

Noodzaken onderstelt, dat iemand niet door geweld, maar door de nood der omstandigheden tot het uitvoeren der daad gebracht wordt; hem blijft dus niets anders over dan zich te onderwerpen. Dwingen geschiedt door machthebbende personen, terwijl noodzaken meer op de macht der omstandigheden ziet. Doordat de proviand begon op te raken waren de schipbreukelingen genoodzaakt, zich op rantsoen te stellen.

Dringen komt veel met dwingen overeen, maar is niet zoo sterk. Het onderstelt, dat de betrokken persoon nog altijd eenige vrijheid van beweging houdt (denk aan het opdringen te midden van een dichte menigte); bij dwingen daarentegen heeft de bedoelde persoon niet de minste vrijheid meer. De uitvoerigheid der stof drong mij mijn onderwerp slechts in hoofdzaken te behandelen.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
douwen, duwen, dringen, drukken, persen

DOUWEN, DUWEN, DRINGEN, DRUKKEN, PERSEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 104.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
naar voren dringen

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0017 c