geul

als woordenboektrefwoord:

geul:
v. (-en), smalle gleuf ; nauwe doorvaart.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

geul (zn):
gleuf, goot, greppel, groeve, ril, sleuf, uitgraving, vore
geul (zn):
beekje

als synoniem van een ander trefwoord:

gleuf (zn) :
geul, groef, groeve, insnijding, kloof, opening, reet, sleuf, spleet, spouw, uitsparing, vore
uitholling (zn) :
excavatie, geul, holte, kuil, uitdieping, uitgraving, verdieping
goot (zn) :
afvoerkanaal, geul, groef, watergang, waterloop
doorvaart (zn) :
doorgang, geul, kanaal, passage
ril (zn) :
geul, groef, vore

woordverbanden van ‘geul’ grafisch weergegeven

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
geut, geul, sleuf, sloot, gracht, vliet, vaart, kanaal, kil, beek, rivier, vloed, stroom

GEUT, GEUL, SLEUF, SLOOT, GRACHT, VLIET, VAART, KANAAL, KIL, BEEK, RIVIER, VLOED, STROOM

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 293.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0017 c