vloed

als woordenboektrefwoord:

vloed:
m. (-en), wassend tij ; grote stroom ; grote menigte.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

vloed (zn):
gulp, stroom, vloeiing
vloed (zn):
menigte

als synoniem van een ander trefwoord:

stroom (zn) :
berg, golf, massa, menigte, overvloed, stoet, stortvloed, straal, toevloed, uitbarsting, uitstorting, vloed
overstroming (zn) :
vloed, watersnood, watervloed
menigte (zn) :
stroom, vloed, vloedgolf, zee
golf (zn) :
gulp, stroom, vloed

woordverbanden van ‘vloed’ grafisch weergegeven

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
geut, geul, sleuf, sloot, gracht, vliet, vaart, kanaal, kil, beek, rivier, vloed, stroom

GEUT, GEUL, SLEUF, SLOOT, GRACHT, VLIET, VAART, KANAAL, KIL, BEEK, RIVIER, VLOED, STROOM

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 293.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

vloed
eb

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

Gepland onderhoud
Zondagochtend 9 augustus vindt serveronderhoud plaats. De site zal daardoor een poos niet bereikbaar zijn. Waarschijnlijk duurt dat minder dan een halfuur. In het slechtste geval zou het een paar uur kunnen uitlopen. Mijn excuses voor het ongemak.

debug info: 0.0016 c