kil

als woordenboektrefwoord:

kil:
v. (-len), waterdiepte tussen twee zandbanken; stromend water.
kil:
bn. (-ler, -st), nattig koud.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

kil (bn):
afgemeten, frisjes, guur, koel, koud, ongevoelig, onvriendelijk, waterkoud
kil (bn):
frisjes, koel, koud, onhartelijk, rillerig, waterkoud
kil (bn):
watergeul

als synoniem van een ander trefwoord:

naar (bn) :
akelig, bedroevend, droevig, eendelijk, ellendig, erg, kil, lam, lamlendig, luguber, onaangenaam, ongunstig, treurig, triest, triestig, vervelend
koel (bn) :
afstandelijk, gereserveerd, ijzig, kil, klinisch, kortaf, vormelijk
frigide (bn) :
ijzig, kil, koel, koud, ongevoelig
koel (bn) :
fris, frisjes, kil, koeltjes, koud
steriel (bn) :
clean, doods, kil, onpersoonlijk
koud (bn) :
fris, guur, ijzig, kil, koel
fris (bn) :
frisjes, kil, koel

woordverbanden van ‘kil’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in Nederduitsche synonymen (1836), band 2, blz. 293:

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

kil
behaaglijk, warm

woorden met een verwante vorm:

zie ook:

bij andere sites:

synoniemen-sites:
algemene woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0026 c