fris

als woordenboektrefwoord:

fris:
bn. bw. (-ser, -t), vers; koel; gezond.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

fris (bn):
fit, kloek, levendig, monter, nieuw, onbevangen, onbevooroordeeld, opgewekt, pittig, vers, vrolijk
fris (bn):
helder, hygiënisch, schoon
fris (bn):
verfrissend, verkoelend
fris (bn):
frisjes, kil, koel
fris (bn):
uitgerust
fris (bn):
zuiver
fris (zn):
frisdrank, gazeuse, prik, priklimonade

als synoniem van een ander trefwoord:

opgewekt (bn) :
blij, blijgeestig, blijmoedig, fris, geanimeerd, glunder, goedgemutst, joviaal, kwiek, levendig, levenslustig, monter, opgeruimd, tierig, vrolijk, welgemoed, zonnig
nieuw (bn) :
fris, groen, hedendaags, kersvers, modern, nieuwbakken, nieuwerwets, onbekend, onervaren, ongebruikt, ongeoefend, recent, up-to-date, vers
schoon (bn) :
brandschoon, clean, fris, helder, hygiënisch, net, netjes, onbezoedeld, proper, rein, smetteloos, vers, zindelijk, zuiver
monter (bn) :
blij, blijmoedig, fris, gelukkig, genotvol, jolig, kwiek, opgeruimd, opgewekt, plezierig, vreugdevol, vrolijk, wakker
helder (bn) :
blinkend, fris, glanzend, intelligent, scherp, scherpzinnig, uitgeslapen, vinnig, wakker
pril (bn) :
fris, in een beginstadium, jeugdig, jong, nieuw, ongerept, onvolgroeid, vroeg
kloek (bn) :
ferm, fiks, flink, fors, fris, groot, kant, robuust, stevig, struis
levendig (bn) :
fel, fleurig, flink, fris, helder, vinnig, vlug, wakker
pittig (bn) :
dynamisch, energiek, fris, kittig, levenslustig, vlot
onbevooroordeeld (bn) :
fris, objectief, onbevangen, onpartijdig, onzijdig
kittig (bn) :
bijdehand, energiek, fris, kwiek, levendig, pittig
oorspronkelijk (bn) :
creatief, fris, nieuw, verfrissend, verrassend
origineel (bn) :
echt, fris, nieuw, oorspronkelijk, zelfbedacht
zuiver (bn) :
fris, net, netjes, schoon, vlekkeloos
onbedorven (bn) :
fris, gaaf, goed, puur, smetteloos
koel (bn) :
fris, frisjes, kil, koeltjes, koud
koud (bn) :
fris, guur, ijzig, kil, koel
fleurig (bn) :
bloeiend, blozend, fris
blij (bn) :
fris, opgewekt, vrolijk
vers (bn) :
fris, nieuw
luchtig (bn) :
fris, koel
prik (zn) :
bruis, fris, frisdrank, gazeuse, limonade gazeuse, priklimonade, spuitwater

woordverbanden van ‘fris’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908):

in hedendaagse spelling:
fris, koel, vers

Frisch — koel — versch. Min of meer koud. Koel beteekent de aan koude grenzende temperatuur van iets, meer op zich zelf; frisch. meer met het oog op hare uitwerking. Vergelijk een koele dronk en een frissche (verkwikkende) dronk. Een koel huis. Een frissche wind. Koel. heeft ook de beteekenis van onverschillig, onhartelijk (een koele ontvangst), van niet hartstochtelijk (koele zinnen, in koelen bloede); frisch die van gezond, bloeiend, onverwelkt: een frissche kerel, eene frissche kleur, frissche bloemen, een frissche tak. Deze laatste beteekenis van frisch nadert tot die van versch; het tegenovergestelde van oud. Versche melk, versche boter, versch vleesch, versche troepen (die nog niet in het gevecht zijn geweest).

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922):

in hedendaagse spelling:
fris, vers

56. Frisch — versch. Nog onbedorven, niet oud.

Versch duidt aan, dat iets nog alle eigenschappen bezit, die het gevolg zijn van zijn nog kort bestaan. Dit vleesch is nog versch (het is nog niet bedorven of oud; het bestaat n.l. nog pas, d.w.z. de koe is pas geslacht); een versch ei.

Frisch duidt aan, dat iets er jong of jeugdig uitziet, zonder het daardoor nog te zijn; het nadert zoodoende de beteekenis van: sterk, vol leven, gezond. Na een rustigen slaap gevoelt men zich weer frisch. Een frissche

kleur; frissche rozen. — Soms ook is het synoniem met verkoelend: een frissche wind.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
fris, koel

FRISCH, KOEL

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 177.

in hedendaagse spelling:
vers, fris

VERSCH, FRISCH

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 251.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

fris
bedompt, goor, muf, onfris, oud, smerig, troebel, vies, vuil, warm
zie ook:
niet fris

bij andere sites:

in het Verwarwoordenboek van Jan Renkema:
synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

Er is mogelijk een probleem met je verbinding
Je verbinding lijkt niet op die van een normale eindgebruiker, maar op die van een datacentrum. De gegevens op deze website zijn bedoeld om te raadplegen met een webbrowser door individuele gebruikers. Het is niet toegestaan om zonder toestemming scripts of andere hulpmiddelen te gebruiken om gegevens op de site automatisch te downloaden, voor welk doeleinde dan ook.

Om de website voor iedereen bereikbaar te houden, kunnen zulke verbindingen sterk worden vertraagd of in het ergste geval zelfs geheel geblokkeerd. Heb je de indruk dat je verbinding hier ten onrechte als een datacentrum-verbinding wordt aangemerkt, laat het dan weten. Vermeld daarbij graag je IP-adres: 34.239.167.74.

debug info: 0.0023 c