berg

als woordenboektrefwoord:

berg:
m. (-en), hoogte van meer dan 600 m ; grote hoeveelheid.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

berg (zn):
boel, bom, bulk, heleboel, hoop, kluit, kwak, lading, macht, massa, menigte, overvloed, pak, schep, stapel, stelletje, stoot, veelheid, vracht, zooi, zwik
berg (zn):
gebergte, heuvel, hoogte, verhevenheid

als synoniem van een ander trefwoord:

hoop (zn) :
belt, bende, berg, boel, bom, bulk, dot, gros, heleboel, hoeveelheid, klomp, kluit, kwak, lading, massa, menigte, opeenhoping, ophoping, partij, resem, schaar, schare, schelf, schep, stapel, stelletje, tas, troep, trossel, veelheid, vracht, zooi, zootje, zwik
stroom (zn) :
berg, golf, massa, menigte, overvloed, stoet, stortvloed, straal, toevloed, uitbarsting, uitstorting, vloed
massa (zn) :
bende, berg, boel, heleboel, hoop, lawine, overvloed, slomp, stortvloed, voorraad, vracht, zootje
menigte (zn) :
boel, berg, bult, kwantiteit, hoop, overvloed, ris, rits, resem, schep, zooi, heleboel, kluit
zootje (zn) :
bende, berg, hoop, massa, reut, stapel
vracht (zn) :
berg, boel, hoop, massa, stapel

woordverbanden van ‘berg’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
berg, berggroep, bergkam, bergketen, bergrug, duin, gebergte, hoogte, hoogvlakte, heuvel

Bergberggroep — bergkam — bergketen — bergrug — duin — gebergte — hoogte — hoogvlakte — heuvel. Eene verhevenheid boven de oppervlakte der aarde. Eene zeer kleine verhevenheid noemt men hoogte, eene kleine verhevenheid heuvel, eene groote verhevenheid (meer dan 300 M. boven den zeespiegel) berg. Eene verzameling van bergen heet een gebergte. Een aaneengeschakelde rij van bergen heet bergketen. De verbindingslijn tusschen de verschillende toppen eener bergketen heet de bergkam, terwijl men onder bergrug meer verstaat het naar weerszijden afhellend, gebogen vlak, waarin de verbindingslijn tusschen de hoogste toppen eener bergketen gelegen is. Vertoont een gebergte geen bepaalden kam dan spreekt men van een berggroep. Duinen zijn de zandheuvels langs het strand, die de natuurlijke zeewering vormen. Hoogvlakten zijn vlakten, die minsten 300 M boven den zeespiegel liggen.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
berg, bergketen, duin, gebergte, heuvel, hoogte

BERG, BERGKETEN, DUIN, GEBERGTE, HEUVEL, HOOGTE

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 304.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

berg
dal, vallei

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0023 c