stapel

als woordenboektrefwoord:

stapel:
m. (-s), hoop ; scheepsstelling.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

stapel (zn):
hoop, opeenhoping, schelf, tas
stapel (zn):
scheepshelling
stapel (zn):
stapelgek

als synoniem van een ander trefwoord:

hoop (zn) :
belt, bende, berg, boel, bom, bulk, dot, gros, heleboel, hoeveelheid, klomp, kluit, kwak, lading, massa, menigte, opeenhoping, ophoping, partij, resem, schaar, schare, schelf, schep, stapel, stelletje, tas, troep, trossel, veelheid, vracht, zooi, zootje, zwik
opeenhoping (zn) :
accumulatie, agglomeraat, agglomeratie, aggregaat, cluster, concentratie, conglomeraat, cumulatie, gedrang, hoop, kluwen, opeenstapeling, ophoping, opstapeling, opstopping, stapel, verzameling
berg (zn) :
boel, bom, bulk, heleboel, hoop, kluit, kwak, lading, macht, massa, menigte, overvloed, pak, schep, stapel, stelletje, stoot, veelheid, vracht, zooi, zwik
partij (zn) :
batch, groep, handeltje, hoeveelheid, hoop, kaveling, lot, portie, stapel, troep, verzameling, zending
portie (zn) :
dosis, hap, hoeveelheid, stapel, stuk
zootje (zn) :
bende, berg, hoop, massa, reut, stapel
vracht (zn) :
berg, boel, hoop, massa, stapel
ophoping (zn) :
accumulatie, stapel
tas (zn) :
hoop, stapel
dol (bn) :
jubelend, krankzinnig, opgewonden, stapel, tureluurs, uitgelaten, uitzinnig
stapelgek (bn) :
halfgaar, idioot, knettergek, stapel, stapelzot, totaal geschift

woordverbanden van ‘stapel’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
hoop, massa, stapel, tas

Hoop — massa — stapel — tas. Een menigte dingen op en bij elkander. Hoop veronderstelt eene groote hoeveelheid voorwerpen, die op en door elkander liggen: een hoop steenen, een hoop hooi. Massa drukt meer uit, dat iets een ongeregeld, ongeordend geheel is; het wordt ook van vloeistoffen gezegd. Eene verwarde massa. Ook bij tas denkt men meer aan eene onregelmatige opeenhooping. Bij stapel onderstelt men doorgaans eene regelmatige schikking. Een stapel guldens = een aantal guldens netjes op elkander gelegd.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
hoop, stapel

HOOP, STAPEL

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 257.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

stapel
raadzaam, verstandig, zinnig

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
WNT (i) (ii) (iii) (iv) (v) (vi) - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - Wikipedia - Google

debug info: 0.0025 c