schaar

als woordenboektrefwoord:

schaar, schare:
v. (scharen), menigte.
schaar:
v. (scharen), knipwerktuig; ploegblad.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

schaar (zn) :
troep, massa, menigte, zwerm, hoop, schare
schaar (zn) :
scherf, schaarde, schaard
schaar (zn) :
schaarbeweging

als synoniem van een ander trefwoord:

hoop (zn) :
lading, hoeveelheid, vracht, berg, massa, troep, menigte, stelletje, boel, bom, zooi, tas, bende, stapel, klomp, partij, schep, kluit, schaar, heleboel, ophoping, kwak, bulk, gros, belt, schare, veelheid, zwik, dot, zootje, opeenhoping, trossel, schelf, resem
menigte (zn) :
troep, massa, macht, stoet, leger, legioen, heer, stroom, kudde, schep, zwerm, samenscholing, schaar, meute, gedrang, sleep, schare, mensenzee, legerschaar, mensenmenigte, mensenmassa, drom, myriade
massa (zn) :
zee, volk, menigte, stroom, kudde, zwerm, schaar, grauw, meute, overhoop, gepeupel, drom, vulgus
troep (zn) :
groep, gang, kring, ploeg, menigte, gezelschap, bende, horde, schaar, schare
zwerm (zn) :
massa, troep, groep, menigte, vlucht, kudde, kolonie, hoop, schaar, sliert
kudde (zn) :
troep, school, drift, hoop, schaar, drom
kouter (zn) :
schaar, ploegmes, ploegijzer

woordverbanden van ‘schaar’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in Nederduitsche synonymen (1836), band 2, blz. 238:

woorden met een verwante vorm:

werkwoord

bij andere sites:

synoniemen-sites:
algemene woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0153 nc