gloeien

als woordenboektrefwoord:

gloeien:
(gegloeid), gloeiend worden of maken.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

gloeien (ww):
branden, hitte afstralen, smeulen, vlammen, witheet zijn
gloeien (ww):
blaken, flikkeren, fonkelen, stralen

als synoniem van een ander trefwoord:

stralen (ww) :
blaken, blinken, fonkelen, glanzen, glimmen, glinsteren, gloeien, gloren, licht geven, lichten, pronken, schijnen, schitteren, twinkelen
branden (ww) :
barnen, fikken, gloeien, in brand staan, verbranden, vlammen
branden (ww) :
bijten, blaken, gloeien, prikken, steken
vlammen (ww) :
branden, gloeien, laaien, ontvlammen
smeulen (ww) :
branden, gloeien
fonkelen (ww) :
gloeien

woordverbanden van ‘gloeien’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922)*:

in hedendaagse spelling:
branden, flikkeren, laaien, gloeien, glimmen

234. Branden — flikkeren — laaien — gloeien — glimmen.

Onder lichtverschijnselen verbranden.

Branden zegt dit vooral met de bijgedachte, dat er tevens warmte ontwikkeld wordt; dus ook fig.: brandend heet. Flikkeren ziet op het heen en weer bewegen van de vlam; zijn de vlammen zeer groot en hoog dan spreekt men van laaien: een laaiende brand; gloeien is vurig, maar zonder vlam lichten, ook als het niet van vuur afkomstig is; soms ziet het op het pijnlijk warmtegevoel: een gloeiend voorhoofd. Glimmen is zwak gloeien: glimmende kolen, een glimworm.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
glimmen, gloeien, smeulen, branden

GLIMMEN, GLOEIJEN, SMEULEN, BRANDEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 216.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0013 c