Synoniemen.net gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën ("cookies"), onder andere om je een optimale gebruikerservaring te bieden. Dat houdt in dat synoniemen.net het gedrag van bezoekers vastlegt, analyseert en deelt en zo de website beter afstemt op de interesses van de bezoeker. Cookies van Improve Digital en AppNexus kunnen worden gebruikt om advertenties te tonen, gedragsgegevens te delen en artikelen aan te bevelen op synoniemen.net die aansluiten op je interesses.

Lees meer over ons privacy-beleid.

cookies accepteren

cookies niet accepteren


hebbelijkheid

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

hebbelijkheid (zn):
aanwensel, eigenaardigheid, gewoonte, gril, manie, onhebbelijkheid, tic

als synoniem van een ander trefwoord:

eigenaardigheid (zn) :
bijzonderheid, hebbelijkheid, individualiteit, karakteristiek, particulariteit, propriëteit
idiosyncrasie (zn) :
eigenaardigheid, hebbelijkheid
gewoonte (zn) :
aanwensel, hebbelijkheid, tic
gril (zn) :
hebbelijkheid, liefhebberij
aanwensel (zn) :
gewoonte, hebbelijkheid
liefhebberij (zn) :
gewoonte, hebbelijkheid

woordverbanden van ‘hebbelijkheid’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

gewoonte:
gebruik, regel, zede, herkomst, herkomen, aanwensel, hebbelijkheid, zwak
hebbelijkheid:
gewoonte

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
aanwensel, aanwenst, gewoonte, hebbelijkheid

Aanwensel — aanwenst — gewoonte — hebbelijkheid. Eene handeling, die men zoo dikwijls doet of gedaan heeft, dat men haar onwillekeurig verricht. Gewoonte is het algemeene woord, en laat onaangeroerd of hetgeen men doet, goed of verkeerd is. Gewoonte is eene tweede natuur. Aanwensel heeft altijd, en hebbelijkheid meestal het ongunstige bijbegrip, dat de gewoonte verkeerd of belachelijk is. Ieder volk heeft zijne gewoonten en zijne aanwensels. Een dwaas aanwensel was het om te pas of ten onpas „waratje'' te zeggen. Hebbelijkheid ziet meer op eene bepaalde daad. Hij had eene onaangename hebbelijkheid, nl. om altijd als hij eene schaar kon machtig worden, daarmee ie zitten knippen, soms in papier, ja soms zelfs in het tafelkleed. Hebbelijkheid staat ook voor bedrevenheid. Men moet er de hebbelijkheid van bezitten. Aanwenst is tegenwoordig minder in gebruik dan aanwensel, maar drukt geheel hetzelfde uit. Het wordt ook gebezigd voor de daad van aanwennen.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
manier, gewoonte, hebbelijkheid, gebruik, aanwensel

MANIER, GEWOONTE, HEBBELIJKHEID, GEBRUIK, AANWENSEL

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 405.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

hebbelijkheid
onhebbelijkheid

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
ANW - WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - Wikipedia - Google

debug info: 0.0016 c