ontsnappen

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

ontsnappen (ww):
drossen, ontgaan, ontglippen, ontlopen, ontvluchten, ontwijken, uitbreken, uitknijpen, vluchten, zich bevrijden
ontsnappen (ww):
omzeilen, ontglippen, ontkomen, vermijden, wegkomen, zich onttrekken
ontsnappen (ww):
glippen, ontgaan, ontschieten, verdwijnen, voorbijgaan
ontsnappen (ww):
ontglippen, ontvallen

als synoniem van een ander trefwoord:

verdwijnen (ww) :
afreizen, aftaaien, eclipseren, ervandoor gaan, nokken, ontsnappen, oprotten, vertrekken, weggaan, wegkomen, weglopen, wegsluipen, wegwezen
uitknijpen (ww) :
ervandoor gaan, ontsnappen, wegsluipen, wegwippen
ontschieten (ww) :
losschieten, ontglippen, ontsnappen, ontvallen
glippen (ww) :
losschieten, ontsnappen, uitschieten
uitbreken (ww) :
losbreken, ontsnappen, ontvluchten
weglopen (ww) :
deserteren, ontsnappen, vluchten
ontvallen (ww) :
ontgaan, ontsnappen, ontzinken
ontglippen (ww) :
ontkomen, ontsnappen

woordverbanden van ‘ontsnappen’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922)*:

in hedendaagse spelling:
ontvluchten, ontgaan, ontkomen, ontlopen, ontsnappen, ontwijken

226. Ontvluchten — ontgaan — ontkomen — ontloopen — ontsnappen — ontwijken.

Zich van iets, wat onaangenaam is, verwijderen.

Ontkomen zegt dit op de meest algemeene wijze; de overige synoniemen geven ook het middel aan, waardoor men ontkomt. Ontwijken zegt, dat men uitwijkt, uit den weg gaat, dus een ontmoeting vermijdt. Ontvluchten is: zich door groote snelheid, (loopen, rijden, enz.) in veiligheid brengen, of aan de macht van een meerde ontkomen: het gevaar ontvluchten; het ouderlijk huis ontvluchten. Ontloopen is ontvluchten en wel bepaaldelijk door snel loopen. De deserteur ontliep zijn vervolgers. Ontgaan zegt, dat het ontkomen meer kalmer geschiedt, n.l. door gaan, bijv. door eenvoudig weg te gaan. De dichter vertrok naar 't buitenland, om alle huldebetoogingen op zijn 70sten verjaardag te ontgaan; of meer door een toeval: Door 's Konings dood ontging de veroordeelde de doodstraf. Ontsnappen is (met een snap, d.i.) snel en behendig ontkomen aan iemand (iets), die ons reeds in zijn macht heeft, zonder dat de tegenpartij het nog tijdig merkt: Hij ontsnapte uit de gevangenis (de bewaker zag het niet). Vandaar dat de uitdrukking: dat is zijn aandacht ontsnapt voor den bedoelden persoon minder laakbaar is, dan: dat is zijn aandacht ontgaan. De bedoelde persoon wordt in 't eerste geval met een soort behendigheid bedeeld, zoodat de persoon minder schuld heeft.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
ontgaan, ontkomen, ontwijken, ontduiken, ontsnappen

ONTGAAN, ONTKOMEN, ONTWIJKEN, ONTDUIKEN, ONTSNAPPEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 40.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
ontsnappen aan

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0025 c